Tips voor Legendarische Docenten – 6 Geheimen van Legendarisch Lesgeven

Tips voor Legendarische Docenten – 6 Geheimen van Legendarisch Lesgeven

17 oktober 2020 0 Door meestermetmissie

Lesgeven is een van de leukste én belangrijkste taken des levens.

Als docent heb je letterlijk de generatie van de toekomst voor je neus.

Aan jou de taak – samen met al je collega-docenten in het onderwijs – het allerbeste in alle leerlingen naar boven te halen en zo je bijdrage te leveren aan EEN GELUKKIGE SAMENLEVING!

Tenminste, dat zou natuurlijk prachtig zijn…

De treurige realiteit in het onderwijs is dat het beroep van de docent z’n charme is verloren…

Door het vrijwel uitsluitend lesgeven met standaard lesmethodes stimuleren we leerlingen vooral in EEN CHRONISCHE LEER-ALLERGIE.

Met het beperkte curriculum dat we daarbij gebruiken, dragen we vooral bij aan EEN ONBEWUST ONBEKWAME SAMENLEVING.

Geen zorgen. Mijn 6 geheimen van Legendarisch Lesgeven gaan je helpen.

Wat zijn de Geheimen van Legendarisch Lesgeven?

In dit artikel deel ik je Tips voor Legendarische Docenten.

Je ontdekt 6 Geheimen van Legendarisch Lesgeven waarmee jij leerlingen de beste voorbereiding op het leven geeft die ze zich kunnen wensen!



Geheim 1: Het #1 INGREDIËNT van Legendarisch Lesgeven

Het maakt niet uit of je het klaslokaal van groep 3 of groep 8 binnenloopt… Het maakt zelfs niet uit of je op een basisschool, een middelbare school of een hogere school komt koekeloeren…

Overal in het onderwijs zie je hetzelfde hardnekkige probleem: Inspiratieloze kennisoverdracht.

Het is de treurige realiteit in het onderwijs:

Veel docenten geven les zoals veel mensen diëten…

Veel mensen zijn bezig met diëten, maar echt afvallen doen ze niet. Ze modderen maar wat aan.

Voor docenten geldt hetzelfde: Ze staan wel voor de klas te onderwijzen, maar leerlingen iets leren doen ze niet. De vonk slaat niet over. De leerlingen zijn niet geïnspireerd.

Tijdens de lerarenopleiding zie je het al misgaan:

Studenten melden zich bij de lerarenopleiding en wandelen met gezonde spanning en vol enthousiasme een school binnen…

… om vervolgens rechtstreeks in de SAAIHEIDSTRECHTER te vallen.

Natuurlijk zijn er studenten die De Saaiheidstrechter ontlopen en er een feestje van maken op hun stageschool…

Maar velen worden na enkele maanden (of zelfs weken) al opgevreten door de standaard lesmethodes in het onderwijs.

En – BOEM! – voor ze er erg in hebben, zijn ze uit De Saaiheidstrechter komen vallen en geven de kersverse studenten dezelfde eentonige lesinstructies als hun stagebegeleider…

Keurig volgens het boekje, uiteraard, maar dat maakt het lesgeven nogal…

Tsja, hoe ga ik dit eens netjes verwoorden…

… saai als een verlepte augurk op een stokje!

Laten we het niet onder stoelen of banken schuiven:

Het beroep van de docent is z’n sprankeling verloren…

In het onderwijs lijken we het idee te hebben dat we informatie maar gewoon volgens het methodeboekje in het brein van de leerlingen moeten downloaden.

De docent staat voor het schoolbord en zegt:

“Kijk, dit is hoe het werkt. Dit is wat je moet begrijpen. Hier heb je een boek om te oefenen. En dan kijk ik vanmiddag wat je goed en fout hebt gedaan.”

Dat is wat we doen bij taal, rekenen, geschiedenis, aardrijkskunde, natuuronderwijs, wiskunde, economie…

Kortom, bij alle vakken!

Zelfs een les “Wereldoriëntatie” is geen uitzondering op de inspiratieloze kennisoverdracht. Van “oriënteren op de wereld” is weinig sprake. Het is accurater om te spreken van “oriënteren op je schoolboek”.

Laat het tot je doordringen: De meeste leerlingen ontdekken de natuur steevast in een schoolbank met een schoolboek en een werkschrift voor hun neus.

Met de lappen tekst en de saaie vraagstelling die ze daarbij krijgen voorgeschoteld lijken de lessen in “Wereldoriëntatie” verdacht veel op gecamoufleerde lessen in Be

Moment…

Eerst een disclaimer, want bij veel lezers kleven er nogal wat trauma’s aan de term die ik ga noemen…

Disclaimer: De nu volgende term zal bij veel lezers trauma’s oproepen. Ik ben niet verantwoordelijk voor eventuele slapeloze nachten, hartkloppingen en andere fysieke en mentale klachten die ontstaan door het lezen van deze term.

Ready? Daar komt ie:

Oh, oh, oh, goeie genade…

Begrijpend Lezen…

Ik begrijp het als je nu de rillingen krijgt bij het lezen van die term…

Er zijn veel bedenkelijke didactische methodieken in het onderwijs, maar ik kan geen vakgebied bedenken waarbij we de plank zo ontzettend misslaan als bij Begrijpend Lezen.

Je zou voor de aardigheid eens een les Begrijpend Lezen moeten doorbladeren.

Met gevaar voor eigen leven…

Het wemelt in zo’n les namelijk van dit soort vreselijke vraagstellingen:

Kijktip! Arjen Lubach maakte een item over Begrijpend Lezen als de grootste oorzaak van de leesproblematiek in Nederland. Ja, je leest het goed: Begrijpend Lezen als OORZAAK van de verslechterde leesvaardigheid onder de Nederlandse bevolking. Thanks, Arjen, dit zijn de kritische geluiden die we willen horen in de media. Check de video hier:

Het probleem van inspiratieloos onderwijs is veel ernstiger dan je wellicht denkt…

Kijk, als de lessen uit de methodeboeken nu enkel een beetje saai waren, dan is er nog niet zo gek veel aan de hand…

Wat het traditioneel onderwijs zo ontzettend kwalijk maakt, is dat het zeer NEGATIEVE EFFECTEN heeft op leerlingen, scholieren en studenten…

Het gevaar van de traditionele kennisoverdracht in het onderwijs is dat we leerlingen niet alleen kennis overdragen…

Als we leerlingen ouderwets onderwijzen over grammatica, dan leren ze niet alleen over grammatica…

Als we ze onderwijzen over de Grieken & Romeinen, dan leren ze niet alleen over de Grieken & Romeinen…

Wat we leerlingen ook onderwijzen, is dat leren nu eenmaal saai is, dat de waarheid komt van een autoriteit (de onderwijzer en het schoolboek) en dat je vooral geen kritische vragen moet stellen en vooral niet zelf op zoek moet gaan naar betrouwbare bronnen.

Zonder het uit te spreken, zeggen we eigenlijk tegen de leerlingen:

“Ik wil dat jullie ENTHOUSIAST worden om te leren door iedere schooldag naar mijn eentonige instructies te luisteren en dezelfde eentonige opdrachten te maken.”

En:

“Ik wil dat jullie KRITISCHE DENKERS worden die klakkeloos aannemen wat ik jullie vertel.”

En:

“Ik wil dat jullie ZELFSTANDIGE ONDERZOEKERS worden die precies doen wat ik van jullie vraag.”

Hoe kunnen we leerlingen op deze manier ooit tot enthousiaste AUTODIDACTEN grootbrengen?

In feite doen we er zelfs alles aan om te VOORKOMEN dat leerlingen leren (en willen blijven leren).

Ik zeg dan ook weleens tegen leerkrachten:

Een goede onderwijzer is GEEN onderwijzer.

Maar wat doet een goede docent dan wel in het onderwijs?

Dat brengt me bij het eerste geheim van legendarisch lesgeven.

Wat ik je nu ga geven, is het 1# Ingrediënt van Legendarisch Lesgeven.

Het is een ingrediënt van lesgeven waarmee je het beste naar boven haalt in leerlingen (en jezelf).

Ik heb het over… ENTHOUSIASMEREN!

Een goede onderwijzer is geen onderwijzer, maar een INSPIRATOR.

Je wilt leerlingen in zo kort mogelijke tijd zo enthousiast mogelijk maken.

Je wilt ze zó enthousiast maken dat ze niet kunnen wachten het ZELF uit te zoeken, ZELF antwoorden te vinden, ZELF vragen te stellen, ZELF vaardigheden te ontwikkelen en ZELF kritisch hun leerprocessen en leerresultaten te analyseren.

Veel mensen denken dat je als docent de hele schooldag saaie reken- en taallesjes moet opdreunen over ’t kofschip en staartdeling, maar ouderwets onderwijzen is alles behalve wat lesgeven inhoudt.

Ik ga een principe van lesgeven met je delen dat je in je docentenbrein wilt programmeren:

De primaire taak van een docent is niet het overdragen van kennis; de primaire taak van een docent is leerlingen zo enthousiast krijgen dat ze niet kunnen wachten die kennis zelf te verkrijgen.

Leerlingen komen pas echt tot ingrijpende leerresultaten wanneer ze gegrepen zijn door een onderwerp.

En er is goed nieuws: Heel veel is er niet voor nodig om leerlingen tot verwondering te brengen!

EÉN voorwerp, ÉÉN inspirerend verhaal, ÉÉN prikkelende vraag, gemixt met een gezonde dosis enthousiasme is vaak al voldoende om leerlingen diep in een inspirerend leerproces te laten verzinken.

Hier een kleine indruk van hoe mijn invulling van het beroep als docent er ongeveer uitziet (vanuit mijn rol als inspirator):

En eenmaal thuis ga ik weer op zoek naar nieuwe manieren om de leerlingen de volgende schooldag weer op verrassende wijze te inspireren.

In feite ben je als docent EEN VERTEGENWOORDIGER VAN ALLES wat ertoe doet in het leven. Aan jou de taak leerlingen zo gek te krijgen dat ze niet kunnen wachten ermee aan de slag te gaan (en te blijven).

En laten we eerlijk zijn: het lukt heus niet altijd om leerlingen op de banken te krijgen…

Ik bedoel, ook Freddy Mercury had z’n dag weleens niet…

Waar het om gaat, is dat je ten allen tijde de INTENTIE hebt leerlingen te inspireren.

Het toverwoord is ENTHOUSIASME.

Een goede docent maakt MAGIE los bij leerlingen.

En dan, op momenten dat je het soms zelf niet eens ziet aankomen, vinden er opeens magische dingen plaats in de klas…

Laat me een voorbeeld geven van wat er gebeurt als je leerlingen betovert met enthousiasme.

Voorbeeld: Storytelling met Grutte Pier

Laatst deed ik in een groep 4 een project over STORYTELLING.

Ik vertel de leerlingen hoe mooi sommige mensen verhalen kunnen vertellen. Zoals mijn geschiedenisleraar op de middelbare school. Als hij begon te vertellen, hing iedereen een uur lang aan zijn lippen.

“Kennen jullie ook iemand die mooi kan vertellen?” vraag ik.

“Ja, mijn oma!”

“Mijn vader!”

“Ik!”

“Aha, dat komt goed uit,” zeg ik, “want vandaag gaan we het hebben over de geheimen van… STORYTELLING.”

Om in de stemming te komen, vertel ik de leerlingen eerst een spannend voorbeeldverhaal.

En de leerlingen geef ik hierbij de rol als Jury*, die tijdens mijn verhaal feedback en notities mogen opschrijven op hun Jury-blaadje. De uitdaging is daarbij om “elementen van storytelling” te ontleden. Na het verhaal zullen we bespreken welke elementen van storytelling de leerlingen zijn opgevallen.

* Tijdens een lesopening plaats ik leerlingen graag in een ACTIEVE ROL. In dit geval in de rol van jury. Zo wil ik leerlingen ervan bewust maken dat ik niet de ONDERWIJZER ben die hen perfect demonstreert hoe het moet, maar een INSPIRATOR die hen aan het denken wil zetten over het onderwerp Storytelling.

Eén van mijn favoriete verhalen die ik dan vertel, is een spannend verhaal over Friese volksheld Grutte Pier:

Het licht gaat uit…

Het rode gordijn achter mij op het digibord rolt open…

En ik begin te vertellen…

“We gaan zo’n 500 jaar terug in de tijd. Ergens in Friesland. Daar leeft Grutte Pier. Zo wordt hij genoemd omdat hij wel 2,15 meter lang is. En ‘Grutte’ betekent ‘Grote’ in het Fries…

Vervolgens ga ik voor de grap weleens op de instructietafel voor het digibord liggen. Dan laat ik een leerlingen met een meetlat Grutte Pier z’n lengte vergelijken met die van mij, zodat de leerlingen daadwerkelijk zien hoe enorm groot Grutte Pier was.

Eerst 1 meter…

Dan nog 1 meter…

En dan nog 15 centimeter…

Dat maakt 2 meter en 15 centimeter.

Zo lang was Grutte Pier!

En dat scheelt wel 30 centimeter met meester Nico!

Na dit korte intermezzo vertel ik door…

“Grutte Pier leeft met zijn vrouw op een boerderij. Maar op een dag gebeurt er iets vreselijks. Zijn boerderij wordt afgebrand en… zelfs zijn vrouw wordt vermoord. Grutte Pier is ziedend!”

Op dat moment doe ik soms het licht aan en zeg ik koeltjes:

“Tot zover een voorbeeld van storytelling. Wat is jullie feedback? En welke elementen van storytelling zijn jullie opgevallen?”

“Neeee!” zeggen de leerlingen lachend, “we willen het verhaal wel eerst helemaal horen!”

Het is een luchtige manier om de leerlingen even te herinneren aan het noteren van feedback en het nadenken over elementen van storytelling.

“Oh, dat is waar ook,” zeg ik met een knipoog terwijl ik mezelf voor m’n kop sla, “onnozel van me!”

“Waar waren we gebleven, Grutte Pier?” roep ik demonstratief naar het bord. “Oh, ik weet het weer! Grutte Pier is klaar voor de strijd…”

Dan doe ik het licht weer uit en maak ik het verhaal af…

“Inmiddels is Grutte Pier erachter gekomen dat de daders uit andere provincies komen. Zij zijn Friesland binnen gevallen. Grutte Pier ruilt zijn hooivork in voor een enorm zwaard en gaat samen met een groep Friezen op zoek naar de daders. Maar Grutte Pier heeft een probleem…”

“Hoe kan Grutte Pier onderweg weten of mensen vrienden of vijanden zijn?”

“Misschien zag hij het aan de kleding?” zegt Bas.

“Of door de taal!” zegt Anne.

Bingo.

“Grutte Pier heeft iets bedacht om de vijanden op te speuren. Alle verdachten die hij tegenkomt, laat hij een Friese zin uitspreken:”

“Kun je dat niet zeggen? Dan loopt het niet goed met je af…”

Ik begin woest met een meetlat door het klaslokaal te lopen terwijl ik de Friese zin van Grutte Pier brul:

“Bûter, brea en griene tsiis, wa’t dat net sizze kin, is gjin oprjochte Fries!”

Dan wijs ik met mijn “zwaard” naar Nick terwijl ik roep: “Bûter, brea!”

Bûter, brea!” roept Nick lachend.

Dan richt ik me tot Vera en ik roep: “Griine tsiis!”

“Eh… Grrriine tsiis…” zegt Vera twijfelachtig met een big smile op haar gezicht.

“Hmm, eens kijken, waar zou die dader zitten…”


Even tussendoor: Ben je benieuwd naar de complete versie van deze les? Ik vertel erover in mijn e-book Meester Met Missie in de Prakijk. Download het e-book gratis via de gele button.


Even later rond ik het verhaal af, rolt het gordijn op het digibord weer dicht en doe ik het licht weer aan.

Na het verhaal willen de leerlingen vaak eerst van alles vragen over Grutte Pier, dus we praten eerst even na over het verhaal.

Daarna stappen we over op het ontleden van de elementen van storytelling uit de feedback die de leerlingen hebben opgeschreven op hun Jury-blaadje.

Ze komen met allerlei punten:

  • “Het was spannend dat het waargebeurd is!”
  • “Het was ook leerzaam!”
  • “Je maakte het spannend met je stem!”
  • “En je beeldde het uit!”

De lijst met feedbackpunten wordt langer en langer. En de leerlingen worden zich ervan bewust hoeveel er eigenlijk komt kijken bij STORYTELLING.

De punten die de leerlingen hebben opgeschreven, gaan we gebruiken bij de twee activiteiten die we gaan doen.

Ik vertel de leerlingen over de twee rondes van de les:

In RONDE 1 gaat het over WAT je vertelt. We gaan zelf een indrukwekkend verhaal schrijven. Dit kan van alles zijn. Een waargebeurd verhaal uit een geschiedenisboek, een bewerkt verhaal uit een spannende roman of een verhaal uit je eigen fantasie of uit je eigen leven.

In RONDE 2 gaat het over HOE je vertelt. Dan gaan we in teams oefeningen doen en elkaar coachen om een verhaal zo indrukwekkend mogelijk te vertellen.

Maar zover is het nog niet…

Eerst aan de slag met het schrijven van een verhaal.

En – Bam! – daar gaan ze.

Magie…

Sommige leerlingen duiken in de informatieve geschiedenisboeken, omdat ze net als ik een waargebeurd verhaal willen vertellen…

Sommige leerlingen duiken in de bibliotheek van de school om inspiratie op te doen in spannende romans…

Anderen speuren op internet naar tips voor het schrijven van spannende verhalen…

Weer andere leerlingen bekijken de informatieve boeken die ik heb meegenomen over het schrijven van een verhaal.

En er is één ding dat ze allemaal gemeen hebben: ENTHOUSIASME!

Soms kan ik dan écht een paar minuten staan genieten van de passie die ik om me heen zie in de klas.

Het enige wat ik hoefde te doen, is een leuke introductie geven… En nu zijn ze betoverd!

En om eerlijk te zijn hoop ik dat leerlingen NOOIT deze website ontdekken…

Want dan zouden ze een ontnuchterende waarheid ontdekken over deze les over storytelling…

De waarheid is namelijk dat ze tijdens deze les nog steeds bezig zijn met taal, spelling, schrijven en begrijpend lezen.

Kijk maar eens wat ze doen tijdens deze les:

• Ze gebruiken boeken en andere bronnen ter inspiratie voor hun verhalen waarbij een groot beroep wordt gedaan op het ontcijferen van teksten, oftewel, BEGRIJPEND LEZEN.

• Ze zoeken op internet naar informatie over verhalen vertellen waarbij ze voortdurend bezig zijn met INFORMATIE FILTEREN.

• Ze verbeteren SPELLING in hun verhalen (al dan niet met mijn hulp).

• Ze SCHRIJVEN hun verhalen zo sierlijk mogelijk op om er een mooi eindproduct van te maken.

Tsja, ik wil de pret niet bederven, maar in feite zijn de leerlingen gewoon bezig met een gepimpte les taal, spelling, schrijven en begrijpend lezen…

Maar dan wel op een manier waar ze dolenthousiast van worden!
Dus beloof me dat je dit geheim nooit met leerlingen deelt 😉


Te gek, een INDRUKWEKKENDE lesopening waardoor de leerlingen vol ENTHOUSIASME aan de slag gaan.

Maar als docent sta je niet de hele dag de Grutte Pier of de Freddie Mercury uit te hangen voor de klas…

De vraag is dus:

Wat doe je verder als docent gedurende een gemiddelde schooldag?

Daarover gaat het tweede geheim van legendarisch lesgeven.

Geheim 2: Hoe je impact maakt op ALLE LEERLINGEN

Het is natuurlijk fantastisch om leerlingen te inspireren met een indrukwekkende les.

Maar je staat je als docent niet de hele schooldag uit te sloven voor het schoolbord. Dus wat doe jij als docent het grootste gedeelte van de schooldag?

Wat is jouw BELANGRIJKSTE ROL als docent?

Kijk, als docenten vinden we het soms heerlijk om leerlingen te onderwijzen, maar lang niet alle leerlingen vinden het leuk om de hele schooldag naar een docent te luisteren.

En dat is ook helemaal niet de bedoeling…

Wanneer leerlingen eenmaal het onderwijs verlaten, hebben ze ook niet altijd een docent tot hun beschikking die ze onderwijst hoe dingen werken en vertelt wat ze moeten doen. Wanneer leerlingen de school verlaten, zullen ze zich zonder een docent moeten kunnen redden.

Het grootste deel van de schooldag leren leerlingen dan ook idealiter niet KLASSIKAAL, maar ZELFSTANDIG.

Dat betekent voor jou als docent een omschakeling in de rol die je bekleedt…

Je zit niet in de rol van ONDERWIJZER…

En zelfs niet voortdurend in de rol van INSPIRATOR… (hoe leuk dat ook is.)

Maar in de rol van…

* trommelgeroffel *

… VERSCHAFFER!

En daarmee hebben we het tweede geheim van Legendarisch Lesgeven te pakken:

Als docent ben je het grootste deel van de tijd een VERSCHAFFER.

Het grootste gedeelte van de tijd neem jij als docent de bescheiden rol aan van “Verschaffer”, die leerlingen de middelen biedt om het MAXIMALE uit het leerproces te halen.

Of om het in het sprekende citaat van Maria Montessori te vatten…

Ik noem het een “bescheiden” rol, maar dat is schijn…

Hierin zit wat ik noem De Impact Paradox:

Je DENKT dat je impact als docent KLEINER wordt, want je geeft MINDER klassikaal instructie en bent dus MINDER aan het onderwijzen…

Maar je impact wordt juist GROTER, omdat alle leerlingen nu zelfstandig gepassioneerd aan het leren zijn en je opeens veel MEER tijd hebt leerlingen persoonlijk te helpen.

Verschaffen doe je in de meest uiteenlopende vormen:

Opeens kun je even bij een leerling gaan zitten om de opbouw van een zelfbedacht verhaal sterker te maken.

Je rijkt leerlingen interessante boeken en andere bronnen aan waarin ze inspiratie kunnen opdoen voor het maken van een verslag.

En je gaat met een groepje leerlingen bij elkaar zitten om de spelling te checken in een verhaal dat ze aan het maken zijn…

Als VERSCHAFFER vraag je je voortdurend af hoe jij de leerervaringen van de leerlingen kunt optimaliseren.

En het cliché is 100% waar:

De beste docenten helpen leerlingen niet met het geven van goede ANTWOORDEN, maar met het stellen van goede VRAGEN en het geven van inspirerende BRONNEN.

De beste docenten bewegen als een dieselmotor door de leeromgeving en bieden leerlingen alles wat ze nodig hebben om te leren, zonder dat je doorhebt dat ze er zijn.

En je rol als VERSCHAFFER heeft veel meer impact dan je zelf doorhebt als docent…

Ik zal een voorbeeld geven van wat voor onverwachte dingen er kunnen gebeuren vanuit je rol als verschaffer.

Voorbeeld 1: Het David Bowie Snipperverhaal

Een tijdje geleden was ik als invaller in het basisonderwijs aan het lesgeven in een combinatiegroep 3, 4, 5 op een Montessorischool.

Op een gegeven moment komen tijdens een werktijd twee meisjes naar me toe. Ze hebben hun werk helemaal af en komen bij mij voor inspiratie…

“Meester Nicooooooo, wij zijn met alles klaar. Heb jij een idee wat wij kunnen doen?”

Laat ik ze voor het gemak Irma en Ingrid noemen. 😉

Gedurende de schooldag is het me opgevallen dat Irma en Ingrid ontzettend goed zelfstandig hebben gewerkt. En ze hebben inmiddels zelfs al veel extra werk gedaan.

Dus ik besluit dat het nu tijd is om ze een nieuwe INSPIRATIE-BOOST te verschaffen.

Hmm, eens kijken…

Kom op, Nico, denk, denk, denk…

Dan schiet me iets te binnen wat leuk is om met deze leerlingen te delen:

Een tijd geleden ben ik in het Groninger Museum bij een tentoonstelling geweest over David Bowie. Ik laat Irma en Ingrid er wat beeldmateriaal van zien.

“Kijk, dit is een speciale techniek van David Bowie,” zeg ik terwijl ik wijs naar de video van David Bowie die we bekijken op een tablet.

David zet woorden en zinnen op strookjes en husselt de strookjes om nieuwe teksten te maken voor zijn nummers. Je noemt het de Cut-Up-Techniek!”

“En als jullie deze techniek nou eens gebruiken voor het maken van een verhaal,” vervolg ik, “dan maak je net als David Bowie papiertjes met woorden en daar vorm je een verhaal mee!”

“Ja, dat lijkt me leuk!” zegt Irma enthousiast, “dan wordt het een soort David Bowie Snipperverhaal!”

“Haha, inderdaad!” zeg ik lachend. En de leerlingen gaan enthousiast aan de slag.

Helaas ben ik als invaller maar één schooldag in deze groep en zal ik er niet achter komen hoe het verhaal van Irma en Ingrid is afgelopen…

Tenminste, NOG niet…

Want een paar weken later, op een zekere dinsdagavond, ben ik wederom op deze school, maar dan om een lezing bij te wonen over Montessorionderwijs…

En de leerkracht van Irma en Ingrid is er ook…

Ze spreekt me aan en begint tot mijn verrassing meteen te vertellen over de creatie van Irma en Ingrid:

“Hey, jij bent Nico, toch? Jij hebt ingevallen voor mijn groep. Twee meisjes hebben deze week een fantastische presentatie gegeven over een zogenaamd David Bowie Snipperverhaal. Wat een leuk idee! Ze waren helemaal enthousiast en vertelden dat jij hen op het idee hebt gebracht!”

Zo zie je maar. Soms sta je er zelf niet eens bij stil wat je als “verschaffer” teweegbrengt.


En dat is het mooie van je rol als VERSCHAFFER…

Je bent bijna onzichtbaar… en je staat er zelf niet eens bij stil wat voor mooie leerresultaten je acties soms teweegbrengen bij leerlingen.

Misschien denk je nu:

“Hartstikke mooi, Nico, maar het gaat mij echt niet lukken om voor leerlingen zomaar allerlei leuke opdrachten te verzinnen. Ik heb het al druk genoeg!”

Geen zorgen. Het gebeurt mij ook niet aan de lopende band dat ik ter plekke de ene na de andere leuke opdracht verzin voor leerlingen.

En dat hoeft ook helemaal niet…

Je hoeft niet per se IMPROVISEREND te “verschaffen” en zomaar een opdracht uit je hoed te toveren.

Verschaffen kan ook betekenen dat je iets VOORBEREID om leren bij leerlingen te stimuleren.

Ik zal een voorbeeld geven van “voorbereid verschaffen” dat leerlingen fantastisch vinden.

Voorbeeld 2: Leerlingen plagen in je eigen werkbladen

Om ze klaar te stomen voor het voortgezet onderwijs, gaf ik een paar jaar geleden bijles in Rekenen aan twee jongens uit groep 8.

Mijn doel met de bijlessen is dat de jongens niet alleen de leerstof goed begrijpen. Als het even kan wil ik ook dat ze veel plezier beleven aan rekenen.

Vanuit hun school krijg ik werkbladen mee om met de jongens te oefenen.

En dat is allemaal leuk en aardig…

Maar om de jongens te enthousiasmeren en te belonen voor hun inzet, verras ik ze graag regelmatig met een PERSOONLIJK WERKBLAD.

Daarbij neem ik de structuur van de rekensommen uit de standaard werkbladen over, maar geef ik er een PERSOONLIJKE CONTEXT aan, met de jongens als hoofdpersoon.

En het allerleukste vind ik het om ze daarbij een beetje te plagen.

Neem bijvoorbeeld het volgende voorbeeld van Tim.

(Vanwege privacy gebruik ik op deze website voor alle leerlingen een andere naam.)

Tim en ik zitten aan het bureau voor de rekenbijles.

Met een lichte grijns leg ik m’n in elkaar geknutselde rekenwerkblad met verhaalsommen voor Tim z’n neus.

Verrast door het zien van zijn eigen naam begint Tim enthousiast te lezen: “Voor het kerstdiner gaat Tim een fruitsalade maken…”

Tim kijkt verontwaardigd op uit z’n werkblad met een lichte grijns die langzaam groter wordt…

“Hey! Nico… Een fruitsalade???” roept Tim verontwaardigd, “ik ga echt geen fruitsalade maken voor het kerstdiner!”

Ik lig dubbel van het lachen. Ik weet inmiddels dat Tim mijn flauwe geintjes wel kan waarderen.

Gauw gaat Tim verder met de rekensommen… Eens kijken wat die akelige meester Nico nog meer voor flauwe verhaalsommen in petto heeft 😉

Ik vind het prachtig de leerlingen af en toe in de maling te nemen. Het maakt de bijlessen luchtig.

Tijdens een andere bijles moet Rick eraan geloven…

Hij begint te lezen: “’s Avonds hebben Rick, Femke en Nico een optreden in de Heineken Music Hall.

“Hey, cool!” zegt Rick even tussen het lezen door.

Maar al gauw ontdekt hij dat er een adertje onder het gras zit…

“Ze hebben 84 euro verdiend. Het geld is op de volgende manier verdeeld: Rick krijgt 1/6 deel. Femke 3/7 deel en Nico krijgt de rest…”

“Hey!”, roept Rick terwijl hij opkijkt van zijn werkblad, “Waarom krijg ik minder dan jullie???”

We barsten in lachen uit.

En ik bulder nog het hardst, omdat ik bij het in elkaar knutselen van het werkblad al voorpret had voor het moment dat Rick deze opdracht zou lezen.

Trouwens, voordat je denkt dat ik een akelige docent ben… Dat valt reuze mee, hoor.

In het grootste deel van de opdrachten komen de leerlingen er beter vanaf.

Zo ging Rick eens in een rekenwerkblad een avondje naar een voetbalwedstrijd van SC Cambuur Leeuwarden (’t clubke dat gaat promoveren naar de Eredivisie, is het niet nu dan volgend jaar):

Als je docent bent van een groep ga je niet zo 1,2,3 voor alle leerlingen een persoonlijk werkblad maken…

En dat hoeft ook niet.

Het persoonlijk maken van leermateriaal is heel goed mogelijk voor een groep van een stuk of 25 leerlingen.

Het verschil is dat het werkblad dan niet gaat over een individuele leerling, maar over de groep als geheel.

Maak leermateriaal persoonlijk op GROEPSNIVEAU.

Zo maakte ik eens voor een groep 4 een boekje met opdrachten voor Begrijpend Lezen. In deze school hadden alle groepen een naam en deze groep heet “De Happy Hamsters”.

En de opdrachten van Begrijpend Lezen gaan vandaag over…

Je raadt het al…

De Happy Hamsters van groep 4!

In de opdrachten ontdekken de leerlingen dingen die we gaan doen in de aanloop naar kerst.

En je had de leerlingen eens moeten zien tijdens de werktijd…

Fantastisch!

Ik heb nog nooit een groep leerlingen zó fanatiek aan het werk gezien met een les Begrijpend Lezen.

En het mooie van je eigen werkbladen is: Je kunt werkbladen recyclen!

Maak één keer een paar leuke werkbladen en je hebt er ieder jaar plezier van.

Bovendien biedt het ontwerpen van werkbladen mogelijkheden om het leerniveau volledig af te stemmen op de leerling.

En dat ook nog eens bij ieder vakgebied naar keuze…

Maak persoonlijk leermateriaal voor ALLE VAKGEBIEDEN.

Zo heb ik ook een tijdje muziekles (gitaar, keyboard en piano) gegeven waarbij ik bladmuziek maakte op allerlei niveaus.

Voor de echt kleine rockertjes en beginnende muzikanten was de bladmuziek heel VISUEEL. En voor de gevorderden werd de bladmuziek COMPLEXER en ABSTRACTER.

Mijn doel was simpel:

Het maakt niet uit wat je leeftijd is of hoe goed je bent…

Vanaf de eerste muziekles kun je toffe nummers rocken!

En dat is precies wat “verschaffen” is…

Je biedt leerlingen de middelen die ze nodig hebben om het MAXIMALE uit het leren te halen!

– – – – – – – – – – – – –

Grappige verhaalsommen over de leerling in een bijles rekenen…

Spannende teksten over de groep in een les begrijpend lezen…

Bladmuziek op maat…

Er zijn allerlei manieren om als docent een waanzinnige IMPACT te hebben op leerlingen en hun leerresultaten.

Maar er is één ding dat alle voorbeelden van verschaffen gemeen hebben: ze zijn PERSOONLIJK.  

Verschaffen betekent in feite onderwijs PERSOONLIJK maken.

Dus is verschaffen een “bescheiden” rol van de docent? Nee…

In de rol van VERSCHAFFER heb je meer impact op leerlingen dan een ONDERWIJZER ooit kan hebben.

Sommige docenten zullen nu zeggen:

“Bekijk het maar, hoor. Ik ga echt niet zo m’n best doen om leren leuk te maken. En leren mag soms ook best saai zijn…”

En daar hebben ze gelijk in.

Sterker nog, er is helemaal niets mis mee om gewoon op een standaard manier tafels te blokken en rekensommen te oefenen…

Met regelmaat even flink wat woordjes stampen is helemaal prima.

Ik bedoel, dat doe je als volwassene ook wanneer je een vreemde taal leert…

Het is zinvol.

En zwoegen, worstelen en ploeteren is onlosmakelijk verbonden met leren.

Laat het echter geen excuus zijn om leren altijd routinematig, eentonig en saai te maken.

Onthoud:

Als leren altijd saai is, stimuleer je leerlingen in een chronische leerallergie.

Als leren vaak leuk is, stimuleer je leerlingen in een leerverslaving. (In de beste zin van het woord.)

En daar kunnen ze de rest van hun leven van profiteren.

Tot zover het tweede geheim.

Dan is het nu tijd om even lekker onderuit te gaan hangen…

Niet omdat het pauze is…

Maar omdat we nu manieren gaan behandelen om leerlingen te laten leren ZONDER DOCENT!

Er zijn fantastische manieren om leerlingen eindeloos te laten leren ZONDER INSPANNING van jou als docent.

Dat gaan we ontdekken in het derde geheim van legendarisch lesgeven.

Geheim 3: Legendarisch lesgeven ZONDER INSPANNING (je hoeft niets meer te doen)

Ik kan me voorstellen dat je je nu afvraagt:

Hoe zorg je ervoor dat leerlingen LANGDURIG zelfstandig gemotiveerd blijven leren? Hoe zorg je ervoor dat ze niet om de haverklap VERVEELD bij je komen of onderuit hangen?

Geen zorgen, het derde geheim van legendarisch lesgeven geeft antwoord op deze vragen.

Ik ga een geheim met je delen dat legendarisch lesgeven heel EENVOUDIG maakt zonder veel inspanning.

Sterker nog, met een beetje voorbereiding hoef je als docent op een gegeven moment zelfs HELEMAAL NIETS meer te doen. Dan leren de leerlingen vanzelf!

Klinkt dit te mooi om waar te zijn? Lees dan verder…

Het derde geheim van legendarisch lesgeven ga ik nu met je delen.

Het is een geheim dat ik heb ontdekt door mijn beroep als invaller in het basisonderwijs.

Het grote voordeel van lesgeven als invaller is dat je een heel helder beeld krijgt van hoe het eraan toe gaat in het onderwijs.

De ene dag maak ik met KLEUTERS een virtuele dronevlucht boven Amsterdam en de andere dag doe ik met TIENERS een project over het starten van je eigen business.

En waar ik me nog het meest over verbaas, is de bizarre overgang van groep 2 naar groep 3.

Bij groep 2 hebben leerlingen nog het grootste plezier in leren, maar in groep 3 is het over met de pret.

En, oh, oh, oh, die arme kids in groep 3…

Waar je in groep 2 nog de vrijheid had om spelenderwijs te leren, zit je nu opeens steevast in je schoolbank gekluisterd.

En het slechte nieuws is:

Eenmaal in die schoolbank kom je er voorlopig ook niet meer uit…

PS Zelfs bij de opleiding Onderwijskunde – nota bene de opleiding die zou moeten gaan over het legendarisch maken van onderwijs – wordt vrijwel uitsluitend gedaan aan inspiratieloze kennisoverdracht in een collegezaal…

Maar er is ook goed nieuws:

Het derde geheim van legendarisch lesgeven gaat onderwijs niet alleen leuk maken voor kleuters, maar voor ALLE leerlingen, scholieren en studenten.

Voor het derde geheim van legendarisch lesgeven duiken we de kleuterklas in, want daar valt meer over onderwijs te leren dan je denkt…

Bij de kleuters worden namelijk al heel veel principes van SUCCESVOLLE DIDACTIEK toegepast.

Om je een idee te geven:

Bij de kleuters geven leerkrachten niet les uit standaard lesmethodes; kleuterleerkrachten maken hun inspirerende lessen zelf. En die lessen geven ze meestal in de kring, wat dan een gezamenlijk groepsmoment is van verwondering.

Wanneer leerlingen aan het werk gaan, maken ze voornamelijk hun eigen keuzes voor het werk dat ze doen. In de leeromgeving zijn allerlei hoeken ingericht waaruit de leerlingen kunnen kiezen. En af en toe gaat de leerkracht even met een paar leerlingen om tafel om een uitdagende activiteit te doen waarbij ze begeleiding nodig hebben.

En, bovenal, het werkt.

Dit is wat ik zo fascinerend vind aan kleuteronderwijs:

Die jonge kleutertjes hebben veel meer LEERVRIJHEID en ZELFSTANDIGHEID dan leerlingen uit groep 3 en alles wat daarna volgt. En ze gaan fantastisch met die zelfstandigheid om, omdat ze zich begeven in een rijke leeromgeving met de juiste balans tussen VRIJHEID en STRUCTUUR.

Ik noem het de paradox van kleuteronderwijs:

We vragen ons af hoe succesvol onderwijs werkt, terwijl veel principes van succesvol onderwijs allang worden toegepast in het kleuteronderwijs!

Er valt heel veel over kleuteronderwijs te zeggen, maar de kracht van kleuteronderwijs zit ‘m vooral in de combinatie van twee elementen.

In de kern heeft kleuteronderwijs een fantastische combinatie tussen:

  1. Klassikale kringmomenten van verwondering en inspiratie.
  2. Keuzevrijheid om zelfstandig te werken in een dynamische leeromgeving.

Deze gouden onderwijsformule staat in schril contrast met de werkwijze in groep 3 en alles wat daarna volgt.

En de traditionele werkwijze is niet alleen voor de leerlingen een KWELLING; de traditionele werkwijze is ook voor docenten een enorme BEPERKING.

Docenten zitten namelijk met een hardnekkig probleem:

Vanaf groep 3 is het voor een docent een hele toer om je rol als verschaffer goed te vervullen…

Kijk voor de aardigheid maar eens hoe de leeromgeving er vaak uitziet vanaf groep 3:

• Tafeltjes zijn gericht in de richting van de ONDERWIJZER.
• De kast staat vol met STANDAARD LESMETHODES.
• Het rooster staat vol met lessen over enkel de zogenaamde REGULIERE VAKKEN.
• Er is WEINIG RUIMTE om te spelen.
• Er zijn GEEN HOEKEN waarin leerlingen zich kunnen verwonderen.

Tsja, hoe ga je in zo’n beperkte leeromgeving de leerlingen een onvergetelijke schooldag bezorgen.

Het wordt docenten behoorlijk moeilijk gemaakt om goed onderwijs te geven…

In het onderwijs zijn alle voorwaarden geschept om een docent in de rol te drukken van ONDERWIJZER in plaats van VERSCHAFFER.

De leeromgeving in het onderwijs is ontzettend DOCENT-gericht!

Logisch dat veel docenten nog steeds voornamelijk opereren als traditionele onderwijzers.

Door de beperkte leeromgeving komen ze er eenvoudigweg niet onderuit.

En dat brengt me bij het derde geheim van legendarisch lesgeven…

Dit is het geheim waardoor je het beste in leerlingen naar boven haalt ZONDER enige inspanning:

Ontwerp een ZELFVOORZIENENDE leeromgeving.

In feite wil je als docent de leeromgeving dusdanig inrichten dat leerlingen zich er in principe eindeloos in kunnen redden.

(Oké, “eindeloos” is misschien een beetje overdreven, maar je begrijpt het punt…)

Voor legendarisch lesgeven wil je de leeromgeving zo inrichten dat je niet tot nauwelijks meer je best hoeft te doen om leerlingen een onvergetelijke schooldag te bezorgen.

Je zorgt ervoor dat “de saaiheidbestendige leeromgeving” werkt voor zichzelf.

Nu denk je misschien:

“Leuk, Nico, zo’n zelfvoorzienende leeromgeving, maar ik kan toch niet zomaar het hele schoolgebouw omtoveren?”

Nou, als docent heb je meer impact op de leeromgeving dan je denkt.

Om je een voorbeeld te geven, ga ik een inspirerend verhaal met je delen van een moedige collega-docent. Ik sprak haar een tijdje geleden op een school in Leeuwarden waar ik kwam lesgeven als invaller.

Het verhaal van een moedige kleuterjuf

Aan het eind van een dagje invallen maak ik een praatje met de leerkracht van groep 3. Ze vertelt me over een groot onderwijsprobleem waar ze zich zorgen over maakt…

Het is haar al langere tijd opgevallen dat het contrast van groep 2 naar groep 3 enorm groot is. En het zit haar niet lekker, want ze ziet hoe leerlingen vanaf groep 3 hun leerenthousiasme verliezen…

“Zodra ze hier door de klapdeuren naar groep 3 lopen, verliezen ze hun enthousiasme,” vertelt de leerkracht mij.

Daarom heeft ze als leerkracht een moedig besluit genomen:

Dit schooljaar heeft deze leerkracht na 30 jaar kleuteronderwijs (!) de overstap gemaakt naar groep 3.

Ze heeft zichzelf ten doel gesteld bij groep 3 succesvolle didactische principes van kleuteronderwijs toe te passen om het leerenthousiasme van leerlingen te behouden.

Het schooljaar is pas net begonnen, dus haar plannen zijn nog in ontwikkeling. Maar ze laat me alvast zien wat ze van plan is en wat ze momenteel al doet.

Op de gang en in het klaslokaal gaat ze verschillende hoeken inrichten. Denk aan een taalhoek, rekenhoek, bouwhoek, muziekhoek… je kunt het zo gek niet bedenken.

Met de hoeken wil ze leerlingen de ruimte geven om hun EIGEN KEUZES te maken, ZELFSTANDIG te leren en, bovenal, zich te VERWONDEREN.

En het mooie is: ze is al met kleine stappen begonnen…

Even later laat ze me de educatieve spellen en werkbladen zien die ze al gebruikt om leerlingen een alternatief te geven voor de eentonige opdrachten uit de lesmethodes.

Deze alternatieve materialen gebruikt ze regelmatig om leerlingen spelenderwijs te laten leren en de standaard werkschriften even aan de kant te leggen.

Tot slot vertelt de leerkracht mij:

“Jonge kinderen denken voornamelijk in 3D. Ze leren het best wanneer ze kunnen spelen met ruimtelijke objecten. In tegenstelling tot die schriftjes… Daar zijn de meesten eigenlijk nog helemaal niet aan toe op deze leeftijd. Daarom laat ik ze het liefst spelenderwijs leren. En ik ben nog niet waar ik wil zijn, maar het begin is er!”

Ik vind de stap van deze leerkracht ontzettend moedig.

Deze leerkracht laat zien dat je met een goede dosis moed en passie heel veel kunt doen om hoogstpersoonlijk bij te dragen aan transformatie in het onderwijs!


En het verhaal van deze docent is niet het enige voorbeeld…

Inmiddels loop ik een tijdje rond in onderwijsland en hoor ik verscheidene verhalen van docenten die het roer omgooien om leerlingen een rijke leeromgeving te bieden.

Neem bijvoorbeeld de moeder van een maat van me. Zij is ook kleuterjuf. (Je merkt het al… van de kleuterjuffen moeten we het hebben.) 😉

Vorig schooljaar nam ze het initiatief om de groepen 1,2 én 3 met elkaar te combineren. Zo kunnen de kinderen van groep 3 nog wat langer profiteren van het inspirerende kleuteronderwijs.

De kinderen uit haar groep 3 hoeven niet de hele schooldag in hun schoolbank te zitten, maar wisselen reken- en taalwerk af met leren en spelen in hoeken. En bovendien kunnen de jonge kinderen uit groep 1 en 2 op hun beurt weer van de oudere kinderen uit groep 3 leren.

Het punt is:

Enkele docenten krijgen het IN HUN EENTJE voor elkaar om kinderen in groep 3 een rijke leeromgeving te bieden…

Hoe fantastisch zou het zijn als ALLE DOCENTEN aan de slag gaan met de leeromgeving, zodat ALLE LEERLINGEN in het onderwijs van een rijke leeromgeving profiteren!

Een rijke leeromgeving ontwerpen hoeft helemaal niet moeilijk te zijn…

Persoonlijk ben ik als invaller in het basisonderwijs meestal hooguit enkele dagen in één groep. Dat is te kort om een schoolgebouw compleet te verbouwen.

Toch kan ook ik als invaller leerlingen binnen no time een inspirerende leeromgeving bieden!

Zelfs als ik slechts een klaslokaal tot mijn beschikking heb dat is volgebouwd met schoolbankjes. Hoe doe ik dat?

Wat zijn SUPER SIMPELE MANIEREN om leerlingen een zelfvoorzienende leeromgeving te bieden?

De truc zit ‘m vooral in het meenemen van inspirerende SPULLEN, zoals inspirerende WORKSHEETS, BOEKEN en, tsja, gewoon… DINGEN. 😉 (Dat is het fantastische aan kinderen. Neem een paar bijzondere spullen mee en ze kunnen zich een tijd lang verwonderen.)

Zie het als een soort POP-UP leeromgeving.

Ik zal nog een paar voorbeelden geven van SUPER EENVOUDIGE MANIEREN om leerlingen te voorzien van een zelfvoorzienende leeromgeving.

Voorbeeld 1: CHALLENGES over gezondheid

Misschien kijk je weleens het programma “Wie is de Mol?”. Daarin doen kandidaten allerlei opdrachten om geld te verdienen voor de pot en proberen ze ondertussen te ontdekken wie de Mol is die de boel loopt te saboteren.

Soms zitten de kandidaten even te chillen en dan komt opeens presentator Rik van de Westelaken om de hoek kijken. Dan weten de kandidaten al hoe laat het is: tijd voor een nieuwe opdracht!

Maar soms verschijnt Rik als presentator niet in het decor om een opdracht uit te leggen…

De kandidaten ontdekken dan bijvoorbeeld ergens een kaartje of een envelop waarin een nieuwe opdracht staat beschreven en gaan meteen aan de slag om de opdracht te voltooien.

En het toffe is:

Als docent creëer je heel eenvoudig een uitdagende “Wie-is-de-Mol?”-setting in de klas!

Het geheim zit ‘m hier in het gebruik van KAARTJES met leuke opdrachten erop, net als in het programma Wie is de Mol?.

De kaartjes met opdrachten vormen in feite jouw POP-UP leeromgeving waarin leerlingen zelfstandig aan de slag gaan.

Mijn uitdaging voor jou is:

Creëer een uitdagende POP-UP leeromgeving met je eigen WORKSHEETS met leuke en leerzame CHALLENGES.

Het grote voordeel van het ontwerpen van je eigen worksheets is dat je leerlingen kunt inspireren over CRUCIALE ONDERWERPEN die in het onderwijs VERWAARLOOSD of zelfs compleet GENEGEERD worden.

Neem bijvoorbeeld dit onderwerp: Een Gezonde Levensstijl.

Het ontwikkelen van een gezonde levensstijl is een vaardigheid die letterlijk van levensbelang is. Toch is deze vaardigheid vrijwel volledig AFWEZIG IN HET ONDERWIJS. Daarom heb ik enkele WORKSHEETS met CHALLENGES in elkaar geknutseld om leerlingen te stimuleren in bewustzijn over gezondheid.

Net als Rik van de Westelaken in Wie is de Mol? kies ik er soms voor de leerlingen van tevoren warm te maken voor de challenges…

“Jongens en meisjes, ik wil een bijzondere ontdekking met jullie delen…” laat ik de leerlingen weten.

De bijzondere ontdekking waar ik het hier over heb zijn de zogenaamde Blue Zones.

(De Blue Zones zijn plekken in de wereld waar mensen opvallend gezond oud worden.)

Om de leerlingen in de stemming te brengen voor het onderwerp GEZONDHEID maken we een digitale helikoptervlucht naar een Blue Zone…

Wat zouden de geheimen zijn van De Blue Zones? Hoe zou het kunnen dat mensen in De Blue Zones vaak zo gezond oud worden?

Na een gesprek over de “geheimen van gezondheid” pak ik de CHALLENGE-kaarten erbij.

Ik vertel de leerlingen dat ik CHALLENGES heb meegenomen waarbij we allerlei ontdekkingen doen over gezondheid.

Na de spannende introductie van het onderwerp GEZONDHEID leg ik de CHALLENGE-kaarten op een centrale plek in het klaslokaal.

Gedurende de schooldag mogen de leerlingen tijdens werktijden CHALLENGE-kaarten pakken om samen of zelfstandig aan de slag te gaan met een inspirerende uitdaging over gezondheid.

Praktische Tips voor Docenten! Print meerdere van dezelfde CHALLENGE-kaarten zodat verschillende leerlingen tegelijk met een challenge aan de slag kunnen. En lamineer de kaarten zodat je ze regelmatig opnieuw kunt gebruiken.

Nu vraag je je misschien af: wat voor CHALLENGES zijn het precies?

Een voorbeeld van een challenge is wat ik noem “De Ingrediënten Detector”. Bij deze challenge gaan de leerlingen verpakkingen van producten uit de supermarkt onderzoeken:

Een groot probleem met producten uit de supermarkt is dat er veel ingrediënten in zitten die helemaal niet gezond voor je zijn.

Veel mensen zijn zich er helaas niet van bewust (lees: hebben op school nooit geleerd) dat bepaalde ingrediënten in producten onopgemerkt onze gezondheid schaden. We gooien producten gewoon in het winkelmandje zonder dat we er erg in hebben.

Met de challenge “De Ingrediënten Detector” wil ik leerlingen ervan bewust maken hoe belangrijk het is de ingrediëntenlijst van producten te bekijken.

De Challenge gaat als volgt:

  • Bekijk de ingrediëntenlijst van een product.
  • Kom je een ingrediënt tegen dat je niet kent? Zoek op wat het ingrediënten is.
  • Zet naar eigen inschatting alle producten van meest ongezond naar meest gezond op basis van je bevindingen. Beargumenteer waarom.

De leerlingen komen dan bijvoorbeeld zelf tot de ontdekking dat aan bepaalde producten veel extra suiker is toegevoegd (ook in de vorm van maltodextrine of glucosestroop)… maar dat er ook producten zijn die juist heel “puur” en meer “onbewerkt” zijn. En die zijn vaak gezonder!

Met deze challenge wil ik leerlingen zelf laten ontdekken hoe belangrijk het is om het etiket van een product te checken.

Tip voor Docenten! Stimuleer dat leerlingen in groepjes samenwerken aan VERSCHILLENDE CHALLENGE-kaarten. Dan kunnen ze elkaar aan het eind van de schooldag inspireren met hun uiteenlopende ervaringen en bevindingen!


Misschien denk je nu wel:

“Leuk, Nico, maar m’n eigen worksheets maken is me veel te veel werk…”

Goed nieuws: Je hoeft er helemaal geen indrukwekkende kaarten van te maken.

Het enige wat je in principe hoeft te doen is het volgende:

  1. KIES een belangrijk onderwerp, zoals gezondheid, mindfulness, charisma, enzovoort.
  2. TYP in een Word-document een paar leuke uitdagingen.
  3. KNIP de uitdagingen uit.
    En – Hop! – daar zijn je Challenge-kaarten met leuke en leerzame uitdagingen voor de leerlingen!

Nog teveel werk?

Oei, oei, oei, je bent me er een…

Nou, vooruit maar weer, omdat jij het bent.

Hier komt een ultra simpele manier om leerlingen te inspireren in een pop-up leeromgeving.

Voorbeeld 2: Een bult met BOEKEN

Een super eenvoudige manier om een zelfvoorzienende leeromgeving te verschaffen, zijn BOEKEN.

Tip voor Docenten! Heb je zelf geen interessante boeken thuis? Leen er een paar bij de bibliotheek.

Zo nam ik in een groep 8 eens een verhuisdoos met een stuk of 40 informatieve boeken mee.

Wanneer de leerlingen ’s ochtends de klas binnenkomen, staat de doos gesloten op een tafel in het midden van de klas.

“Wat zit daarin, meester?” vragen ze uiteraard.

“Dat ga ik straks bij de dagbespreking meteen vertellen,” laat ik de leerlingen weten.

Zoals ik in het vorige voorbeeld van de CHALLENGE-kaarten heb verteld, geef ik er de voorkeur aan wat ik heb meegenomen eerst aan de leerlingen te introduceren.

Dat doe ik met de boeken ook door de leerlingen allereerst aan het denken te zetten met een filosofische vraag:

“Waarom zijn wij hier?”

Uiteraard komen ze eerst met automatische antwoorden:

“Om te leren.”

“Om het goed te doen op de middelbare school.”

“Ja,” zeg ik, “maar waarom ben je hier dan om te leren en om het goed te doen op de middelbare school?”

“Zodat je later een baan kunt krijgen,” zegt Kees.

Daar ga ik nog niet mee akkoord…

“En waarom wil je later dan een baan krijgen?” vraag ik door.

“Om een huis te betalen en voor jezelf en anderen te zorgen,” zegt Coen.

“Ja, en waarom wil je een huis en voor jezelf en anderen zorgen?”

“Ik weet het!” roept Vera enthousiast terwijl ze met haar hand zwaait, “om gelukkig te zijn en een fijn leven te hebben!”

“Aha, je komt tot de kern, Vera,” zeg ik.

Om een beetje nuance in mijn boodschap te brengen, voeg ik toe:

“Er zijn heel veel redenen om te leren, maar als je het mij vraagt leren wij op school in de kern om vaardigheden te trainen die je nodig hebt om… zoals Vera zegt, een fijn leven te hebben en gelukkig te zijn!”

Dan laat ik de leerlingen in groepjes kort brainstormen (ongeveer 3 minuten) over vaardigheden die je nodig hebt om een gelukkig leven te leiden.

Er komen allerlei antwoorden uit:

“Lezen.”
“Rekenen.”
“Engels.”

Al gauw komen er ook minder “conventionele antwoorden” op tafel:

“Gezond eten.”
“Presenteren.”
“Mediteren.”
“Sparen.”
“Onderzoeken.”

Langzaam wordt de lijst met vaardigheden langer en beginnen we een beeld te krijgen van wat voor vaardigheden allemaal belangrijk zijn om te beheersen.

Tot slot vertel ik een korte anekdote over mezelf…

“Ik moet jullie iets gênants bekennen…” zeg ik terwijl ik grabbel in de verhuisdoos…

“Toen ik 18 was, at ik altijd heel veel snoep. De vloer onder mijn bank lag bezaaid met lege flessen Cola en zakken met spekjes. Maar op een gegeven moment ben ik ermee gestopt. De reden? Het lezen van een boek!” Dan haal ik het boek De Voedselzandloper uit de doos, waardoor ik een aantal jaar geleden van de een op de andere dag van een snoepverslinder in een gezondheidsfreak veranderde.

“En er is nog iets, wat ik eigenlijk nooit met leerlingen deel… Maar… Vroeger was ik eerlijk gezegd best onzeker en ontzettend introvert… Totdat ik ging leren over zelfvertrouwen en sociale vaardigheden!” Wederom grabbel ik in de verhuisdoos naar enkele boeken die ingrijpend zijn geweest voor mijn sociale leven.

Dan zet ik er turbo op en binnen zo’n 30 seconden ligt de tafel compleet bezaaid met boeken over de meest uiteenlopende onderwerpen.

Theater, gitaarakkoorden, survival skills, presenteren, natuurkundige vraagstukken, gezond eten, mindfulness en noem het maar op.

“Zoals Vera net zei… we zijn op school om te leren over belangrijke vaardigheden die je nodig hebt voor EEN FIJN LEVEN. Nu is het aan jullie om een belangrijke vaardigheid te kiezen die je deze ochtend wilt trainen. En je kunt tussen de boeken grabbelen voor inspiratie.”

Even later lopen de leerlingen nieuwsgierig te neuzen en te grabbelen tussen de boeken. Al gauw hebben ze er een onderwerp uitgepikt dat ze interessant vinden.

Een groepje jongens pakt een boek over survival skills en gaat daarmee aan de slag.

Een groepje meiden ontdekt het boek De Betoverende Werkelijkheid en gaat aan de slag met grote wetenschappelijke vragen.

Een paar kinderen verdiepen zich samen in het leven van een topsporter en wat erbij komt kijken om topfit te blijven.

En weer andere kinderen ontdekken een boek met allerlei rekenkundige raadsels.

Tsja, DIDACTISCH gezien is het ontzettend eenvoudig wat ik in dit voorbeeld beschrijf…

  1. Ik stel de leerlingen een PRIKKELENDE VRAAG over de reden dat wij leren.
  2. Ik vertel een PERSOONLIJK VERHAAL over zelfontwikkeling met boeken.
  3. En ik laat leerlingen vervolgens BOEKEN grabbelen ter inspiratie om te gaan leren.

Geen kunst aan, zou je zeggen… Maar het werkt!

Leg een lading met interessante boeken neer en je hebt binnen een handomdraai een club enthousiaste leerlingen die leren in een zelfvoorzienende leeromgeving!

Tip voor Docenten! Laat de leerlingen hun leerervaringen en -resultaten aan elkaar presenteren. Dat is een leuke afsluiting van een inspirerende schooldag.


In de voorgaande twee voorbeelden heb ik je eenvoudige manieren gegeven om een zelfvoorzienende leeromgeving te ontwerpen, waarbij ik de voorbeelden INTRODUCEER tijdens de start van de dag.

Maar dat is niet per se nodig…

Je kunt materialen ook gewoon een plek geven in het klaslokaal en afwachten wat de leerlingen ermee doen.

Laat ik tot slot nog één voorbeeld geven van een pop-up leeromgeving, waarbij ik helemaal NIETS doe, behalve de materialen neerleggen…


Voorbeeld 3: Een pop-up MUZIEKSCHOOL

Dingen die ik als docent regelmatig meeneem naar school zijn mijn KEYBOARD of GITAAR…

Oh, nee, dat is alles…

Dit is eigenlijk al het hele verhaal…

Het ding is namelijk:

Geef leerlingen een MUZIEKINSTRUMENT – en een akkoordenboekje, bladmuziek of tutorials op YouTube – en je hoeft als docent vrijwel NIETS meer te doen!

Zo had ik eens twee leerlingen in groep 8 die vroegen of ze in de middag tijdens de werktijd samen mochten leren gitaarspelen.

“Tuurlijk, daar is ie voor,” laat ik ze weten.

En het resultaat mag er zijn: Na een halfuurtje bikkelen kunnen de jongens het Em-akkoord en het Am-akkoord spelen.

En het enige wat ik als docent heb gedaan is een gitaar en een akkoordenboekje meenemen en hooguit drie keer de wijsvinger van een leerling bij de juiste fret op de gitaarhals zetten.

Soms vind ik het treurig hoe weinig vertrouwen docenten hebben in het natuurlijk leervermogen van leerlingen.

Docenten denken soms dat leerlingen niets leren als je ze leervrijheid geeft.

Niets is minder waar. Met een zelfvoorzienende leeromgeving en gezonde aanmoediging komen leerlingen ZELF tot fantastische resultaten.

(Ja, oké, ook als je instrumenten meeneemt is er soms wel werk aan de winkel voor jou als docent. Met name bij jonge kleutertjes moet ik af en toe de volumeknop van het keyboard omlaag schuiven. Om de een of andere reden vinden die jonge koters het geinig om het geluid van een Distortion Guitar keihard door de klas te laten galmen.)

Verder heb ik vrijwel niets in te brengen in dit verhaal.

Ik bedoel, geef leerlingen een muziekinstrument en een akkoordenboekje en eventueel een tablet waarop ze tutorials kunnen opzoeken en ze leren VANZELF!


Wil jij als docent ook een zelfvoorzienende leeromgeving inrichten?

Dat kan!

Ook al heb je slechts beschikking over een klaslokaal van 10 bij 10 met een stuk of 25 leerlingen erin.

Hier enkele praktische suggesties:

Maak gebruik van FLEXIBELE WERKPLEKKEN. Met flexibele werkplekken geef je leerlingen de mogelijkheid hun werkplek af te stemmen op de betreffende activiteiten die ze op een bepaald moment doen. Bij voorkeur gaat het daadwerkelijk om verschillende ruimtes, maar ook in één klaslokaal kun je al werken met flexibele werkplekken.

Creëer verschillende “HOEKEN”. Een paar hoeken zijn voldoende om leerlingen zich eindeloos te laten vermaken en ze tevens veel keuzevrijheid te geven. Denk bijvoorbeeld aan een taalhoek, een rekenhoek, een constructiehoek, een muziekhoek of een ontdekhoek.

Maak gebruik van een KIESBORD. Op een (digitaal) kiesbord kunnen leerlingen zelf een activiteit aanvinken die ze gaan doen. Bovendien is dan in één overzicht te zien waar alle leerlingen mee bezig zijn in de leeromgeving.

Ontwerp je eigen WORKSHEETS. Te weinig ruimte om hoeken in te richten? Maak je eigen werkbladen waaruit leerlingen kunnen kiezen om zelfstandig (of samen) aan de slag te gaan! Het voordeel van WORKSHEETS is dat je er één keer voor gaat zitten om ze in elkaar te knutselen en daarna kun je ze keer op keer gebruiken om leerlingen te inspireren over een bepaald onderwerp.

Neem een DING mee. Tsja, zo simpel kan het zijn. Neem gewoon IETS interessants mee en laat leerlingen het ontdekken. Denk bijvoorbeeld aan een boek, een spel of een muziekinstrument. Dat laatste is trouwens echt een aanrader; ieder kind verdient het om in z’n jeugd gestimuleerd te worden in het maken van muziek!

Tot slot een belangrijke nuance over het geheim van de zelfvoorzienende leeromgeving:

Het ontwerpen van een “zelfvoorzienende” leeromgeving betekent niet dat je nooit meer traditioneel voor de klas hoeft te staan. Voor sommige leerlingen is het heel interessant en effectief om naar een docent te luisteren. Nog steeds heb je als docent de belangrijke taak leerlingen te INSPIREREN.

De truc is vooral dat je INSPIRERENDE GROEPSMOMENTEN combineert met bijdragen aan ZELFSTANDIGHEID en LEERENTHOUSIASME door leerlingen KEUZEVRIJHEID te geven en het onderwijs aan te passen op de leerbehoeften van alle leerlingen.

En dat brengt ons bij het vierde geheim van legendarisch lesgeven.

Geheim 4: Het #1 DOEL van Legendarisch Lesgeven

Oké, even de balans op maken…

Tot nu toe hebben we het volgende besproken:

  • Legendarisch lesgeven draait in de eerste plaats om ENTHOUSIASMEREN.
  • Als docent zit je het grootste deel van je tijd in je rol als VERSCHAFFER.
  • En je wilt EEN ZELFVOORZIENENDE LEEROMGEVING ontwerpen waarin leerlingen in principe zichzelf kunnen onderwijzen.

Sommige docenten zullen dan zeggen:

“Hartstikke mooi, Nico, en ik ben het met je eens dat onderwijs anders moet, maar sommige leerlingen hebben nu eenmaal behoefte aan de structuur van traditioneel onderwijs.”

Hier is sprake van een grote misvatting.

Wat docenten hier eigenlijk zeggen, is dit:

“Structuur moet altijd gepaard gaan met de autoritaire werkwijze van traditioneel onderwijs. Als docent moet je leerlingen nu eenmaal van seconde tot seconde gebieden wat ze moeten doen. En als je leerlingen niet vertelt wat ze moeten doen, dan doen ze ook niets.”

Deze misvatting van docenten is een façade…

Er is werkelijk geen kind dat niet wil of kan leren.

Alle kinderen – zonder uitzondering – zijn geboren leermachines.

Als je weleens in een kleuterklas hebt gestaan, zie je het met eigen ogen gebeuren. In een kleuterklas hoef je leerlingen niet achter de broek aan te zitten om te leren. Ze leren vanzelf.

Zogenaamde “leerproblemen” ontstaan pas wanneer leerlingen van de kleuterklas de overstap maken naar groep 3. Dat is de tijd dat onderwijs autoritair, standaard en onderdrukkend wordt.

En de waarheid is:

“Leerproblemen” liggen in de eerste plaats niet aan de leerlingen, maar aan de DIDACTISCHE AANPAK.

En het wordt nog erger…

Niet alleen zijn de didactische problemen de oorzaak van “leerproblemen” bij leerlingen…

Er is ook nog eens sprake van Een Negatieve Didactische Spiraal:

Omdat leerlingen weerstand bieden tegen de autoritaire didactiek, neigen docenten naar NOG MEER AUTORITAIRE DIDACTIEK. Vaak gaat het zo ver dat ze leerlingen iedere seconde van de schooldag opleggen wat ze moeten doen. En door het opschroeven van die autoritaire didactiek, gaan leerlingen NOG MEER WEERSTAND bieden.

Docenten geven autoritair onderwijs uiteraard met de beste bedoelingen…

En als die leerlingen braaf in hun schoolbank aan een taakje zitten, lijkt het ook nog eens prima te werken…

Echter heeft de overdosis structuur helaas een zeer NEGATIEF EFFECT:

We stimuleren leerlingen in AANGELEERDE HULPELOOSHEID.

Begrijp me niet verkeerd, structuur is belangrijk. Maar het betekent niet dat we leerlingen AFHANKELIJK en HULPELOOS willen maken.

Geen zorgen, beste docenten, het vierde geheim van lesgeven gaat de negatieve spiraal van WEERSTAND en AUTORITAIR ONDERWIJS doorbreken.

Het vierde geheim dat ik nu met je ga delen, heeft alles te maken met het #1 DOEL van Legendarisch Lesgeven.

Het maakt niet uit of je te maken hebt met leerlingen die behoefte hebben aan veel STRUCTUUR, veel LEERVRIJHEID of een combinatie van BEIDE

Het #1 DOEL is wat je zoveel mogelijk wilt stimuleren en is zelfs wat je wilt bereiken met alles wat onderwijs is…

Ik heb het over… het stimuleren van AUTODIDACTIEK!

Het #1 DOEL van lesgeven is AUTODIDACTIEK.

Met andere woorden:

Je wilt leerlingen niet onderwijzen over een bepaald onderwerp. Je wilt dat leerlingen in staat zijn ZICHZELF te onderwijzen over ieder willekeurig onderwerp dat maar belangrijk voor ze is.

En met succesvolle didactische werkwijzen kom je erachter dat leerlingen al over een ontzettend sterk autodidactisch vermogen beschikken!

En er is goede nieuws:

Er zijn effectieve manieren om AUTODIDACTIEK te stimuleren met de juiste balans tussen STRUCTUUR en ZELFREDZAAMHEID.

Kijk, autodidactisch vermogen trainen is een geleidelijk proces. Het is niet de bedoeling leerlingen meteen in het diepe te gooien.

Je wilt leerlingen GELEIDELIJK voorbereiden op ZELFSTANDIG LEREN in een rijke leeromgeving.

Wat doe je om leerlingen te stimuleren in autodidactiek?

Het geheim van autodidactiek stimuleren zit ‘m vooral in DE ROL waarin je leerlingen plaatst.

Geef leerlingen niet voortdurend de rol van medewerker aan de lopende band, waarbij ze de ene na de andere verplichte opdracht krijgen voorgeschoteld.

Geef leerlingen vaker AUTODIDACTISCHE ROLLEN waarin kritisch onderzoeken, zelfstandigheid en vindingrijkheid worden gestimuleerd, zoals in de rol van onderzoeker, ontwerper, kunstenaar of zelfstandig ondernemer.

Zodra je leerlingen regelmatig een AUTODIDACTISCHE ROL geeft met de juiste balans tussen STRUCTUUR en LEERVRIJHEID, kom je er al vrij snel achter hoe waanzinnig krachtig het autodidactisch leervermogen is van alle leerlingen.

Ik zal je enkele voorbeelden geven van hoe ik autodidactiek stimuleer met een balans tussen ZELFSTANDIGHEID en STRUCTUUR.


Voorbeeld 1: Drijven & Zinken

Een tijd geleden deed ik een les genaamd Drijven & Zinken in een combinatiegroep 3, 4, 5.

Tijdens deze les worden leerlingen zich bewust van materialen en vormen die drijven dan wel zinken.

Ik begin de les met een EXPERIMENT.

Centraal in de klas staat een doorzichtige bak water met daarnaast allemaal voorwerpen…

“En wij gaan raden en onderzoeken welke voorwerpen blijven drijven… en welke zinken.”

In de kring doen we het experiment met twee voorwerpen die eenvoudig te raden zijn. De moeilijkere voorwerpen bewaar ik voor wanneer de leerlingen straks zelfstandig aan de slag gaan.

Als eerste houd ik een knikker in de lucht.

“Ik weet het,” zegt Max, “die gaat zinken, want die is heel zwaar.”

Daarna doen we er nog eentje: een kurk.

“Ik denk dat die blijft drijven,” zegt Bob, “want die is heel licht.”

Na het experiment is het tijd om ZELFSTANDIG ONDERZOEK te doen…

Bij ieder tafelgroepje staat een onderzoekspakketje klaar dat wordt omhuld door een theedoek. Onder de theedoek vinden ze een bak water en allerlei voorwerpen.

In groepjes gaan de leerlingen onderzoeken welke voorwerpen drijven en zinken en noteren ze hun resultaten op een papier.

Bij het onderzoek is het met name belangrijk dat de leerlingen beredeneren (en eventueel opzoeken op internet en in boeken) WAAROM de voorwerpen drijven dan wel zinken.

De volgende schooldag zitten we weer in de kring en leg ik de leerlingen voor een nieuwe uitdaging.

“Weten jullie nog wat er met de klei gebeurt als we die in het water leggen?”

“Ja, die zinkt!” zegt Eva.

“Oké, even testen hoor,” zeg ik terwijl ik een balletje klei pak en het balletje begin om te kneden in de vorm van een kommetje.

Voorzichtig leg ik het kommetje klei op het water…

“Hey!” roept Erik, “het blijft drijven!”

Even later doen we hetzelfde experiment met bierdopjes.

Op de holle kant zinkt het bierdopje naar de bodem, maar op de bolle kant blijft het bierdopje drijven.

De leerlingen ontdekken in dit nieuwe experiment dat niet alleen de MATERIALEN bepalen of iets drijft of zinkt, maar ook de VORM.

“De klei is een bootje geworden!” zegt Kees.

“Exact,” zeg ik…

“En dat is precies wat we deze ronde gaan doen. In de eerste ronde hebben we ONDERZOEK gedaan. Onze testresultaten gaan we nu gebruiken om een boot te ONTWERPEN.”

Er is alleen één criterium: Je boot moet minimaal 200 gram vracht kunnen dragen.

Met dit criterium stimuleer ik dat leerlingen niet alleen een boot ontwerpen die er prachtig uitziet, maar ook KRITISCH DENKEN over een stevig ontwerp.

Centraal in het klaslokaal liggen allerlei spullen klaar:

Materialen die leerlingen kunnen gebruiken voor het maken van hun boot.
Informatieve boeken over boten bouwen en andere nuttige informatie die leerlingen kunnen gebruiken ter inspiratie.
Een weegschaaf met blokjes die leerlingen kunnen gebruiken om te testen of hun boot 200 gram vracht kan dragen.

Verspreid over een paar dagen gaan de leerlingen regelmatig aan de slag met het ontwerpen, maken en testen van hun boot.

En dan is het tijd om gezamenlijk in de kring de boten te water te laten in de doorzichtige bak met water in het midden van de klas.

Dat is altijd een prachtig moment van het VIEREN van de leerresultaten waarbij alle leerlingen vol trots hun eigen creatie presenteren.

Maar ook een spannend moment…

Want de vraag is natuurlijk…

Kunnen alle boten 200 gram vracht dragen?

Overigens is dit nog niet helemaal de afsluiting van het project…

Ja, dat denken de leerlingen…

Maar de volgende schooldag heb ik een verrassing voor ze…

Wanneer de leerlingen de volgende schooldag de klas binnen komen druppelen, staat die doorzichtige bak met water weer centraal in het klaslokaal…

“Hey, waarom staat de bak er weer, meester?” vraagt Jaden ’s ochtends wanneer hij de klas komt binnenlopen.

“Nouuuu, vertel ik straks, Jaden,” zeg ik.

Even later zitten we in de kring om de schooldag te starten als ik opeens een duikboot uit mijn tas tover… (die ik mocht lenen van mijn natuuronderwijsdocent op de Pabo in Leeuwarden met wie ik veel samenwerk aan lessen!)

Ik leg de duikboot in het water en begin te pompen aan het aanhangende pompje…

Met grote ogen kijken de leerlingen naar de duikboot die langzaam naar de bodem zinkt.

“Coooooooooooool!”

“Cool, hè!” zeg ik in m’n meest enthousiaste Freek-Vonk-stem, “de duikboot kan drijven én zinken!”

Maar…

Hoe kan dat eigenlijk…

Hoe kan het dat de duikboot kan drijven en zinken?

En het antwoord verklap ik niet meteen…

Ik laat de leerlingen de werking van een duikboot lekker zelf ontdekken en onderzoeken.

We hebben het hier tenslotte over een les om leerlingen te stimuleren in AUTODIDACTIEK. 😉


De rol waarin je leerlingen plaatst – zoals een onderzoeker, ontwerper, ondernemer of kunstenaar – is een sleutelfactor bij het stimuleren van autodidactiek.

Echter is er nog een manier om leerlingen te stimuleren in autodidactiek…

Stimuleer autodidactiek door leerlingen er letterlijk over les te geven.

Ik zal een voorbeeld geven van een les die ik eens gaf met “autodidactiek” als lesonderwerp.

Het mooie aan dit voorbeeld vind ik vooral hoe de leerlingen een 180 graden omslag maken van verveeld naar “betoverd”.

Laten we gaan kijken wat er gebeurde in de klas…

Voorbeeld 2: Een betoverende les in Autodidactiek

Een tijdje geleden was ik een dagje aan het invallen in een groep 8.

In de ochtend houd ik me deze schooldag aan het vaste programma zoals de groepsleerkracht het voor me heeft opgeschreven op het whiteboard aan de muur.

Tijdens een werktijd zijn de leerlingen bezig met de les Begrijpend Lezen.
Op een gegeven moment loop ik op één van de leerlingen af die onderuit gezakt zit.

Ik kijk even over zijn schouder mee naar de opdrachten in zijn werkschrift en denk bij mezelf: Oh, man, man, man, saaier en irrelevanter dan dit kan het niet…

Ik blader door zijn werkschrift en kom alleen maar ontzettend technische vragen tegen waarvan ik weet dat de leerlingen er geen ene moer van zullen leren.

Op dat moment kijk ik nog eens goed om me heen door het klaslokaal. Om eerlijk te zijn, zit het me niet helemaal lekker wat ik zie…

Ja, oké, het is stil in de klas en de meeste leerlingen zijn wel aan het werk, maar echt gepassioneerd ziet het er niet uit.

Als ik zo om me heen kijk, kan ik me niet voorstellen dat leerlingen werkelijk leerrendement halen uit deze stille werktijd…

Even twijfel ik…

Zal ik het doen…

Dan hak ik de knoop door.

Ik denk bij mezelf: Let’s do it! It’s showtime!

“Oké, jongens en meisjes, we stoppen met de werktijd,” laat ik de leerlingen weten terwijl ik richting het digibord loop, “we gaan iets cools doen.”

Disclaimer: normaalgesproken communiceer ik het altijd naar het team van de school wanneer ik als invaller van plan ben een eigen les te geven, maar dit was een noodgeval.

Even later verschijnen er allemaal beroemdheden op het digibord…

“Dit zijn niet zomaar beroemdheden,” zeg ik, “dit zijn Succesvolle Drop-outs.”

Succesvolle Drop-outs zijn mensen die in het onderwijs zogenaamd hebben “gefaald”, maar die toch succesvol zijn geworden.

“Wow, Einstein ook, meester?” zegt Rick verbaasd, “maar Einstein is toch juist een genie?”

“Klopt helemaal, Rick,” laat ik hem weten, “maar toen Einstein klein was, zagen ze dat nog niet…”

Hoe zou het komen dat zoveel beroemdheden ooit drop-outs waren?

“Misschien waren ze in sommige dingen niet goed, maar in andere dingen wel,” zegt Anja.

“Misschien deden ze heel vervelend,” zegt Bas.

“Interessante opmerkingen,” zeg ik, “laten we eens inzoomen op het verhaal van één van deze beroemdheden om er wat meer inzicht in te krijgen.”

Dan zoom ik in op Richard Branson. Zijn verhaal is namelijk nogal inspirerend…

Richard Branson is een succesvolle ondernemer. Hij heeft een vliegmaatschappij, een treinmaatschappij, een platenmaatschappij en noem het maar op. Maar vroeger deed Richard het niet goed op school…

Kleine Richard heeft dyslectie. Hij heeft veel moeite met spelling. En hij voelt zich erg onzeker. Maar op de middelbare school komt hij op een idee: hij gaat een magazine maken. Niet in z’n eentje, want dan zitten er waarschijnlijk heel veel spellingsfouten in. Hij doet het samen. En zo komt hij tot een ontdekking: “Ik ben misschien niet zo goed in spelling, maar ik ben wel ergens anders goed in… ik kan super goed ondernemen!”

Met vallen en opstaan timmert Richard aan de weg. En nu behoort hij tot de meest succesvolle ondernemers ter wereld. En hij heeft boeken geschreven over zijn inspirerende verhaal van “Drop-Out” tot… Succesvol Autodidact!

“En de boodschap die ik jullie wil geven met het verhaal van Richard is…”

Ik pauzeer even om de leerlingen in de ogen aan te kijken en te laten zien dat ik dit écht meen…

“In iedereen schuilt een held.”

“In jou… En jou… En jou… En jou… En jou,” zeg ik terwijl ik naar de leerlingen wijs en een aantal voor de grap met mijn vinger in de schouder prik.

Er verschijnt een lach op de koppies van de leerlingen.

“En, weet je,” vervolg ik…

“Soms gaat het op school niet helemaal zoals je wilt… Misschien vind je rekenen lastig. Of spelling, zoals Richard. Maar dat hoort erbij. Want zolang je blijft leren en doorzetten, ben je succesvol, op welke manier dan ook.”

“Zoals een vriend van mij weleens zegt,” zeg ik tot slot…

“Succes is het PLEZIER in de GROEI naar de realisatie van een zelfgekozen doel.”

Na de lesopening met het inspirerende verhaal van Richard Branson als Succesvol Autodidact, ga ik de leerlingen stapsgewijs begeleiden in AUTODIDACTIEK. Dat doe ik aan de hand van twee eenvoudige opdrachten die de leerlingen gaan doen in hun tafelgroepje.

Allereerst beginnen we met de vraag WAT je zou leren. Want om “succesvol” te worden, heb je wel eerst iets nodig waarin je succesvol wilt worden.

Ik geef de leerlingen de volgende opdracht:

Opdracht 1: SELECTEER vaardigheden waarin JIJ succesvol wilt zijn. Brainstorm in je tafelgroepje over WAT jullie willen leren. Dingen waarin jullie succesvol willen zijn. Het mag iets zijn wat je nu moeilijk vindt of iets wat je juist al goed kunt. Het gaat erom dat je er meer over gaat leren.

“Wij willen onderzoeken hoe topsporters leven!”

“Wij willen ons verdiepen in het werk als verpleegkundige!”

“Wij willen onderzoek doen naar de gevaren van snoep!

De leerlingen komen altijd met de meest uiteenlopende onderwerpen om zich in te verdiepen. En met de lijst aan onderwerpen richten we ons vervolgens op de vraag HOE je leert.

“Ik moet jullie slecht nieuws geven…” begin ik…

“Uit onderzoek blijkt dat het wel 10.000 uur kost om ergens een expert in te worden.”

“Wow, zolang!”, zegt Peter.

Ja, Peter, maar er is ook goed nieuws,” ga ik verder…

“Het kost 10.000 uur om EXPERT te worden, maar het kost slechts 20 uur om een vaardigheid te BEHEERSEN!”

In het boek The First 20 Hours ontleedt Josh Kaufman 4 stappen om iets nieuws te leren, die ik nu met de leerlingen deel:

  1. Breek de vaardigheid op in STUKJES
  2. Leer genoeg om JEZELF TE KUNNEN CORRIGEREN
  3. VERWIJDER ALLE AFLEIDINGEN die je belemmeren om te leren
  4. Oefen op zijn minst 20 UUR

Op basis van het onderzoek van Josh Kaufman geef ik de leerlingen een tweede opdracht om hun geselecteerde vaardigheden te leren:

Opdracht 2: ONTLEED wat nodig is om jouw gekozen VAARDIGHEID te beheersen. Maak een lijst van zoveel mogelijk dingen die je moet onderzoeken en oefenen om jouw gekozen vaardigheid te beheersen. Noteer bijvoorbeeld “deelvragen” of “sub-vaardigheden” die nodig zijn om jouw onderzoeksvraag te beantwoorden of jouw vaardigheid te trainen!

“Nu we onze gekozen vaardigheden hebben ontleed, is het tijd om zelfstandig de vaardigheid te onderzoeken en te trainen,” laat ik de leerlingen weten.

“En we gaan af en toe een TIME-OUT doen om te kijken hoe we ervoor staan. We hebben niet 20 uur de tijd, maar ik ben wel heel benieuwd hoever we in deze werktijd komen!”

En – POEF! – daar gaan ze.

Een groepje meiden verdiept zich in het beroep als verpleegkundige.

Een paar jongens verdiepen zich in het werk van de politie.

En ik zie een jongen die aan de slag gaat met rekenen. “Want dat is iets wat ik lastig vind,” laat hij me weten.

En de sfeer is compleet omgedraaid.

Opeens zie ik geen onderuitgezakte leerlingen meer. Overal waar ik kijk, zie ik leerlingen KEIHARD en PASSIEVOL aan het werk. Allemaal zijn ze in een onderwerp gezogen waar ze geïnteresseerd in zijn.

En je weet wat jou als docent dan te doen staat… verschaffen maar weer! 😉

Of zoals Albert Einstein het zei:

“Ik onderwijs mijn leerlingen nooit; ik bied ze alleen de middelen om te leren.”

En dat geldt al helemaal voor een les over autodidactiek…

In deze fase van de les doe ik het volgende:

Eerst loop ik rond om te kijken of alle leerlingen goed van start kunnen en de materialen tot hun beschikking hebben die ze nodig hebben.

Dan help ik twee leerlingen met lastige rekensommen.

En vervolgens schuif ik aan bij Tim en Lisa, die zich verdiepen in de gevaren van snoep…

Ik zie namelijk dat Tim en Lisa zomaar informatie van Wikipedia en een andere eerste de beste bron kopiëren. En dan is het je taak als docent om ze bewust te maken van een zeer cruciaal element van AUTODIDACTIEK: bronnen selecteren, filteren en analyseren.

“Hoe weten jullie zo zeker dat die bron betrouwbaar is?” vraag ik.

“Eh…” zeggen ze aarzelend…

Ik zie aan Tim en Lisa dat ze daar eigenlijk nog niet over hadden nagedacht…

(Ook dat is je taak als verschaffer: leerlingen coachen op hun leerstrategieën.)

Na een kort gesprek komen we tot de conclusie dat het heel belangrijk is om te kijken naar de AUTEUR van de bron en van welke WEBSITE of ORGANISATIE de informatie komt. En dat het ook belangrijk is om MEERDERE BRONNEN over hetzelfde stukje informatie te vergelijken.

Even later las ik de eerste TIME-OUT in om vorderingen te bespreken. (Mede omdat ik het belangrijk vind de inzichten van Tim en Lisa met de groep te delen.)

“Jongens en meiden, we zijn nog maar net begonnen en ik zie nu al een mooie tussenstand,” zeg ik tegen de groep, “en Tim en Lisa hebben zelfs al een belangrijke ontdekking gedaan over het onderzoek van Josh Kaufman. Tim en Lisa, willen jullie het met ons delen?”

“Ja,” begint Tim, “als je informatie opzoekt, is het heel belangrijk om verschillende bronnen te bekijken en goed te kijken wie de auteur is.”

“Want dan heb je een grotere kans dat de informatie betrouwbaar is!” voegt Lisa toe.

En dat lijkt me een mooi inzicht om dit verhaal over de les in autodidactiek voor nu mee af te ronden.


Leerlingen stimuleren in autodidactiek; het is één van de belangrijkste geheimen van Legendarisch Lesgeven.

En ik hoop dat ik je niet alleen heb laten zien hoe je autodidactiek stimuleert…

Ik hoop dat je ook ziet dat ZELFSTANDIGHEID stimuleren en STRUCTUUR bieden uitstekend samengaan!

  • Bijvoorbeeld door leerlingen vanuit een gestructureerde les in een autodidactische rol te plaatsen. (Voorbeeld 1)
  • Of bijvoorbeeld door leerlingen in een les expliciet te trainen in autodidactiek. (Voorbeeld 2)

En dan is het tijd om verder te gaan met het vijfde geheim van legendarische lesgeven.

Het vijfde geheim gaat over wat ik persoonlijk het allerleukste vind aan het beroep als docent.

Laten we verdergaan!

Geheim 5: De SNELSTE MANIER om de samenleving te transformeren

Het geheim dat ik nu met je ga delen, zal het imago van de docent BOOSTEN met factor 999.

Laat me je eerst kort iets vertellen over de trieste realiteit van het docentschap

Een belangrijke reden dat het imago van de docent sterk is aangetast, is dat het beroep zijn ambachtelijke status is verloren.

We zien MEESTERSCHAP niet meer als VAKMANSCHAP.

Het beroep van de docent heeft weinig glans meer.

En alvast mijn excuses voor wat ik je nu ga vertellen…

Het is namelijk geen prettige boodschap…

Maar het is nu eenmaal de waarheid…

Hier komt ie:

Het slechte imago van de docent hebben docenten te danken aan ZICHZELF.

Ja, beste lezer, het slechte docentimago is in feite het gevolg van gebrek aan voorstellingsvermogen.

Kijk maar eens naar het arsenaal van de gemiddelde docent. Dat bestaat voornamelijk uit stoffige lesmethodes waar we alle lesinstructies mee geven.

Ja, om de zoveel tijd komen er nieuwe lesmethodes op de markt met mooiere illustraties, maar veel meer inspirerend en enthousiasmerend zijn ze niet. Ze zijn nog steeds doordrongen van de ouderwetse didactische werkwijzen.

Niet alleen vinden leerlingen lessen uit lesmethodes over het algemeen saai; er zijn vaak ook enkel methodemappen voor de zogenaamde “reguliere vakken”, taal, rekenen, spelling, begrijpend lezen.

Standaard methodelessen voor de standaard vakken zijn de standaard in het onderwijs…

Maar dat hoeft helemaal niet zo te zijn…

Als docent kun je veel meer doen om onderwijs hoogstpersoonlijk te transformeren dan je wellicht denkt…

Hoe ga je als docent om met de beperkende standaardisatie in het onderwijs? Hoe maak je je onderwijs SAAIHEIDSBESTENDIG? En hoe zorg je ervoor dat leerlingen leren over uiteenlopende onderwerpen?

Natuurlijk kun je je best doen om een instructie uit de lesmethode te pimpen.

En dat is te gek, maar nog niet voldoende.

Hoe leuk je die lesmethodelessen ook maakt, je blijft nog steeds zitten met een beperkt curriculum.

Daarom is dit het vijfde geheim van legendarisch lesgeven:

Ontwerpt je eigen lessen!

Persoonlijk vind ik het ontwerpen en geven van eigen lessen één van de leukste aspecten aan lesgeven.

Ik zit vaak met een grote grijns achter mijn laptop vanwege de voorpret die ik heb bij het ontwerpen van een les. Soms lig ik met mijn familie en vrienden bij voorbaat al in een deuk wanneer ik ze vertel wat voor theatraal (en soms een tikkeltje gênant) toneelstuk ik nu weer ga opvoeren.

Maar lessen ontwerpen doe je niet alleen voor de lol… Lessen ontwerpen is van groot belang.

Als docent heb je de verantwoordelijkheid voor een belangrijke opgave: bijdragen aan een bewuste samenleving vol Autodidactische Levensexperts.

Dat betekent dat je als docent lessen ontwerpt en geeft over alle vaardigheden die belangrijk zijn in het leven. Denk aan geluk, gezondheid, charisma, ondernemen, storytelling, autodidactiek en ga zo maar door.

Met inspirerende lessen over belangrijke levensvaardigheden train je leerlingen tot het worden van Autodidactische Levensexperts!

En er is goed nieuws…

Want…

Lessen ontwerpen is super LEUK en kan heel EENVOUDIG zijn!

Het hoeft niet veel tijd en moeite te kosten om je eigen lessen over belangrijke onderwerpen te ontwerpen.

Een leuke INTRODUCTIE van het onderwerp en een leuke ACTIVITEIT waarmee de leerlingen zelfstandig aan de slag gaan is in principe al voldoende.

Ik zal twee voorbeelden geven van EENVOUDIGE lessen, die toch een enorme IMPACT hebben op leerlingen.

Voorbeeld 1: #HackDeWereld

Een tijdje geleden deed ik als invaller in groep 7 een project over wereldverbetering.

Met deze les wil ik leerlingen stimuleren in een mindset om de wereld te verbeteren.

Oftewel, in deze les gaat het niet per se om fysieke leerresultaten, maar om BEWUSTWORDING over de wereldproblematiek en de INTENTIES van de leerlingen om hun bijdrage te leveren aan wereldverbetering.

Ter introductie laat ik de leerlingen kennismaken met een aantal bekende figuren die hun best doen (of hun best hebben gedaan) om de wereld te verbeteren.

Neem bijvoorbeeld John Lennon van The Beatles. We kennen hem als legendarische muzikant van The Beatles, maar eigenlijk was hij ook een soort ondernemer… Zijn product? Peace! Samen met zijn vrouw Yoko Ono maakte hij reclame voor vrede. In plaats van billboards met reclame voor auto’s of Coca Cola, zag je op sommige plekken opeens RECLAME VOOR PEACE van John en Yoko!

Een ander zwaar inspirerend voorbeeld vind ik het verhaal van Chakabars. Hij was militair in het Amerikaanse leger, maar op den duur kwam hij tot de pijnlijke realisatie dat oorlog voeren nooit de oplossing is voor een betere wereld. Hij nam ontslag als militair en ging zijn leven wijden aan filantropische daden via Instagram. Eén van zijn hoogtepunten: Een vliegtuig vol met levensmiddelen naar Somalië brengen na een inzamelingsactie!

Nog een voorbeeld dat ik met de leerlingen deel is The Venus Project van Jacque Fresco en Roxanne Meadows. Als tiener was Jacque Fresco diep geraakt door al het lijden en geweld in de wereld. Hij besloot zijn slaapkamer om te toveren tot een lab waar hij sleutelde aan allerlei uitvindingen om de wereld te verbeteren. In de loop van de tijd ontwierp hij niet alleen losse uitvindingen, maar creëerde hij een compleet nieuw sociaal-economisch systeem: The Venus Project. In 2017 is Jacque op 101-jarige leeftijd overleden, maar zijn vrouw Roxanne zet hun project nog altijd voort. In hun laatste YouTube-video’s zie je Jacque aftakelen. Hij rochelt soms een beetje en is niet meer zo scherp, maar hij bleef doorgaan tot z’n laatste snik. Dat is wat er gebeurt als wereldverbetering je passie is!

Tijdens het bekijken van dit soort voorbeelden van wereldverbetering kun je in het klaslokaal een speld horen vallen…

Leerlingen vinden wereldverbetering onwijs interessant…

Ze hebben aan alles door dat we hier bezig zijn met zeer belangrijke zaken die er echt toe doen…

En uiteraard hebben ze zelf ook allerlei associaties.

“Laatst was er ook een man die een uitvinding heeft gemaakt om oceanen schoner te maken!” zegt Erik.

“Ja, dat is de Ocean Cleanup van een man uit Nederland!” vult Koen aan.

We zouden er nog uren over kunnen doorpraten, maar het wordt tijd dat de leerlingen zelf aan de slag gaan.

“En nu is het aan jullie,” laat ik de leerlingen weten, “want ondanks dat er al een heleboel wordt gedaan aan wereldverbetering, hebben we ook nog een lange weg te gaan…”

Met behulp van een eenvoudig 3-stappenplan laat ik de leerlingen vervolgens zelfstandig aan de slag gaan:

  1. Brainstorm over PROBLEMEN die spelen in de wereld.
  2. Doe onderzoek naar BESTAANDE OPLOSSINGEN voor de problemen.
  3. Ontwerp je EIGEN OPLOSSING voor een probleem dat speelt in de wereld.

En dan – Bam! – daar gaan we weer. Vol enthousiasme gaan de leerlingen aan de slag.

Het mooie aan deze les is dat ik gewoon kan voelen dat het onderwerp de leerlingen raakt.

De leerlingen hebben dondersgoed door hoe belangrijk wereldverbetering is…

En dat ik ze niet voor de gek houd als ik zeg dat zij voor een grote uitdaging staan om de wereld te verbeteren…

Wereldverbetering is een serieuze zaak!

En leerlingen voelen dat heel goed aan.

Dat zie ik ook aan de passie waarmee ze even later aan het werk zijn.

Twee jongens zijn zich aan het verdiepen in verscheidene voorbeelden die tijdens de lesopening ter sprake zijn gekomen, zoals Earthships, De Tesla Tower van Nikola Tesla, The Ocean Cleanup en The Venus Project.

Een groepje meiden is aan het brainstormen over ideeën om de wereld te verbeteren.

En een ander meisje staat nog even naar het digibord te staren waarop uitvindingen van Jacque Fresco te zien zijn.

En ik ben altijd verrast door de ideeën waar leerlingen mee komen.

Een groepje leerlingen is aan de slag met het maken van nieuwe variaties voor “aardehuizen” van Michael Reynolds.

Een groepje leerlingen maakt hun eigen inrichting voor een duurzame stad.

En een paar jongens komen niet aan ontwerpen toe, omdat ze gefascineerd zijn door de voorbeelden die ik bij de lesopening heb geïntroduceerd.

En dat is helemaal goed.

Het gaat er in deze les niet om dat leerlingen het wiel uitvinden.
Waar het in deze les om gaat, is dat de leerlingen BEWUSTZIJN en PASSIE ontwikkelen voor het verbeteren van de wereld.

Moraal van het verhaal: het is belangrijk om leerlingen te leren tellen, maar vergeet ze niet te laten leren over wat telt. 😉


Heel veel volwassenen hebben geen geloof in een betere wereld. Wanneer het gaat over het realiseren van een vredige en gelukkige samenleving, vinden ze het maar onzin.

Ze zeggen:

“Een vredige samenleving? Onmogelijk!

“Utopisch!”

“Dat zal nooit lukken!”

En als je wel gelooft in een betere wereld, ben je zogenaamd naïef, zweverig of een verdwaalde hippie uit het flowerpower tijdperk.

Treurig.

Veel volwassenen hebben niet door dat hun PESSIMISTISCHE WERELDBEELD nu precies de reden is dat wereldverbetering zo moeizaam gaat.

Maar we kunnen het volwassenen niet kwalijk nemen…

Onderwijs heeft hen immers nooit gestimuleerd in het geloof in een betere wereld…

Het zou natuurlijk fantastisch zijn wanneer meer mensen vertrouwen hebben in een vredige samenleving. Toch probeer ik volwassenen met een pessimistische kijk op de wereld nooit op andere gedachten te brengen met argumenten…

Wat doe ik wel?

Ik vertel volwassenen gewoon wat ik voor mijn ogen zie gebeuren in de klas!

Want als docent zie je hoopvolle dingen die veel volwassenen niet zien:

Volwassenen mogen dan weinig vertrouwen hebben in de toekomst, maar de generatie van de toekomst heeft dat wel!

Om te illustreren hoe ongelofelijk dichtbij we eigenlijk zijn bij een betere wereld, ga ik je vertellen wat er een tijdje geleden is gebeurd bij mij in de klas.

Ik ga je laten zien waarom vrede en geluk niet alleen is voor hippies, maar voor kinderen.

Wederom gaat het hier om een SUPER EENVOUDIGE les met een WAANZINNIGE IMPACT op de leerlingen.

Het is een les waarbij zelfs ik als docent persoonlijk overdonderd was door de positieve effecten van de les op de klas…

Hier komt ie:

Voorbeeld 2: De Happiness Challenge

Een bijzondere les die ik een tijdje geleden deed is De Happiness Challenge.

Deze les is ontstaan naar aanleiding van een gesprek over geluk dat ik had met een vriend van me.

Terwijl de leerlingen ’s ochtends lekker zitten te lezen horen ze opeens muziek uit de speaker van het digibord komen…

Het is “Earth Song” van Michael Jackson…

Verbaasd kijken de kinderen op uit hun boek… Wat gaat er gebeuren?

Het is de opening van een les over “geluk”.

Na het bespreken van de boodschap achter het nummer van Michael Jackson besluit ik de leerlingen mee te nemen in het gesprek over geluk dat ik heb gehad met een maat van me:

“Niet zo lang geleden had ik met een vriend een gesprek over geluk. We vroegen ons af hoe je gelukkig kunt zijn en hoe we geluk in de wereld kunnen verspreiden.

Toen bedachten we dat als je iedere dag een beetje geluk geeft, dat de ander én jezelf daar een beetje meer gelukkig van worden. Je geniet dan allebei van het GEVEN én van het ONTVANGEN.

Wij noemen dat een GELUKSCYCLUS.

Als genoeg mensen daar actief mee bezig zouden zijn, dan zou de samenleving een stuk gelukkiger zijn. Daarom gingen we een challenge aan: DE HAPPINESS CHALLENGE. Elke dag willen we iets geven om het geluk in de wereld te vergroten.”

Tom heeft meteen een associatie: “Ik had dat laatst ook! Mijn vader en ik gaven geld aan een zwerver. En toen ik zag dat de zwerver er blij van werd, werd ik daar zelf ook blij van.”

“Met mijn moeder mediteer ik weleens,” vult Manon aan. “Dat helpt ook om gelukkig te zijn en rustig te blijven als anderen vervelend tegen je doen.”

Na het uitwisselen van onze ideeën over HAPPINESS, daag ik de leerlingen uit vandaag eens te gaan experimenteren met het verspreiden van geluk.

Nu zou ik ze daartoe kunnen aanzetten door ze allerlei leuke opdrachten te geven…

Hoewel HAPPINESS-activiteiten op dit punt in de les heel tof zouden zijn, besluit ik het voor deze keer vrij te laten en gewoon eens te zien wat de leerlingen doen met deze eenvoudige les over HAPPINESS.


Even tussendoor: Ben je benieuwd naar een uitgebreidere versie van deze les en meer van mijn lessen? In Meester Met Missie In De Praktijk vertel ik in detail over Mijn 7 Beste Lessen!


Wat ik na de eenvoudige introductie van De Happiness Challenge nog niet weet, is dat de leerlingen volledig betoverd zijn…

Terwijl ik in de buitenpauze met mijn kop thee naar buiten loop, rent Sophie naar me toe. “Meester! Moet je eens komen kijken wat ze daar aan het doen zijn!”

Ik loop met haar mee over het plein en zie tot mijn verbazing dat een groepje leerlingen in een rustig hoekje van het schoolplein aan het mediteren is. Niet voor de grap; ze nemen het bloedserieus.

Wanneer we na de buitenpauze weer in de klas terugkomen, vraagt Eva mij of ze even iets tegen de groep mag zeggen voordat we verdergaan.

“Tuurlijk,” laat ik haar weten, “ik ben benieuwd.”

De klas is muisstil en Eva richt zich tot Bas die vooraan zit in de klas…

“Bas, wil jij je laadje eens openmaken?” vraagt Eva.

Bas opent zijn laadje en ziet dat er een briefje in zit.

“Lees maar voor,” zegt Eva.

Bas begint te lezen: “Jij bent super sportief!”

Dan wijst Eva naar Mees die naast Bas zit. Mees doet zijn laadje open en leest het briefje voor dat Eva erin heeft gestopt: “Jij bent heel slim!”

Stuk voor stuk hebben alle leerlingen een klein briefje van Eva gekregen met daarop een specifiek compliment. Ze heeft bij iedereen écht de moeite genomen iets moois op te schrijven.

Om de beurt mogen de leerlingen het voorlezen. Allemaal met een grote glimlach op hun gezicht. En wie nog het meest staat te glunderen van geluk is Eva zelf.

Aan het eind van de dag is de positieve sfeer voelbaar in de groep.

Omdat ik er als invalmeester slechts voor één dag ben, besluit ik de leerlingen ter afsluiting nog iets mee te geven:

“Jongens en meisjes, vandaag hebben we veel mooie dingen zien gebeuren. Dit was mijn enige dag bij jullie in de klas, maar ik hoop dat jullie het verspreiden van geluk blijven doorzetten.
Het is niet verplicht, maar ik wil jullie uitdagen een CHALLENGE voor jezelf op te schrijven die je na schooltijd, of misschien zelfs de rest van de week, wil aangaan. Het mag van alles zijn. Iets met mediteren, dankbaarheid of elke dag iets geven. Als het maar als doel heeft om HAPPINESS te verspreiden.”

De leerlingen beginnen enthousiast te schrijven en komen met uiteenlopende ideeën die ze hebben opgedaan tijdens deze schooldag:

“Ik doe een DANKBAARHEID-challenge! Ik ga elke avond erbij stilstaan waar ik dankbaar voor ben.”

“Ik doe een MEDITATIE-challenge! Ik ga deze week elke dag drie keer kort mediteren.”

“Ik doe een GIVING-challenge, net als jij, meester! Ik ga straks onderweg naar huis glimlachen uitdelen op straat.”

En laten we eerlijk zijn: Of ze hun challenge daadwerkelijk gaan doen, weet ik niet. Maar er is duidelijk iets in de leerlingen losgemaakt tijdens deze schooldag.

Tot slot zeg ik:

“Zoals jullie weten ben ik de GIVING-challenge aangegaan met een vriend van mij: elke dag willen we iets geven. En ik heb besloten dat ik voor mijn challenge vandaag knuffels ga uitdelen. Dus ik ga straks bij de deur staan en dan mag je mij een knuffel of een BRO HUG geven.”

Om de cirkel rond te maken, speel ik “Heal The World” van Michael Jackson af op het digibord terwijl we alle spullen pakken om naar huis te gaan.

Even later sta ik bij de deur en krijg ik van alle leerlingen een dikke knuffel.

Wanneer de laatste leerling de deur uit loopt, sta ik nog even het klaslokaal in te staren, terwijl de klanken van “Heal The World” nog uit de speakers van het digibord galmen.

Allerlei gedachten flitsen door mijn hoofd:

Wat als dit de dagelijkse realiteit zou zijn voor alle leerlingen? Wat als we alle tienduizenden leerlingen in het onderwijs elke dag een beetje stimuleren een “HAPPINESS MINDSET” te ontwikkelen?

Voor een vredige samenleving hebben we nog een lange weg te gaan, maar vandaag hebben de leerlingen en ik er een vleug van opgevangen…

Deze schooldag hebben de leerlingen en ik ervaren dat geluk niet gaat over optellen en aftrekken, maar over delen en vermenigvuldigen. 😉


Docenten hebben soms niet door hoe ongelofelijk veel invloed zij hebben…

Docenten vragen zich weleens af:

“Ik ben het met je eens, Nico. Ik zou het onderwijs ook graag anders zien. Maar er zijn zoveel verplichtingen in het onderwijs. Je kunt het onderwijssysteem nu eenmaal niet veranderen.”

En ik begrijp deze gedachte. Voor docenten ligt de werkdruk ontzettend hoog en je hebt als docent veel onzinnige verplichtingen.

Echter is er één ding dat we als docenten nooit willen vergeten:

Als docent ben je niet werkzaam in het onderwijssysteem; als docent BEN jij het onderwijssysteem.

Zodra jij het klaslokaal binnenloopt, is onderwijs wat jij ervan maakt. En er is geen methodehandleiding, schoolbestuur en zelfs geen nationaal of internationaal onderwijsbeleid dat daar iets aan kan veranderen.

Zoals mijn collega-onderwijsgoeroe Sir Ken Robinson zegt:

“Als je een revolutie wilt in het onderwijs, laat het dan plaatsvinden in je eigen klaslokaal.”

Het maakt niet eens uit op welke school of in welke groep je lesgeeft…

Het maakt niet uit of je groepsleerkracht of invaller bent…

Als docenten hebben wij de verantwoordelijkheid om hoogstpersoonlijk bij te dragen aan een bewuste en vredige samenleving.

En een goede eerste stap voor het op gang brengen van een onderwijsrevolutie is het ontwerpen en geven van je eigen lessen.

Door inspirerende lessen te ontwerpen over belangrijke onderwerpen draag jij direct bij aan de transformatie van onderwijs (en daarmee van de samenleving).

Het cliché is 100% waar: onderwijs is het krachtigste wapen dat je kunt gebruiken om de wereld te verbeteren.

Ik hoop dat jij net zo gemotiveerd bent als ik om – samen met mij en alle andere docenten – een transformatie van onderwijs (en daarmee de samenleving) werkelijkheid te laten worden.

Laat onderwijsverbetering niet afhangen van onderwijsbeleid; wees de onderwijsrevolutie!

Geheim 6: Een PIJNLIJKE onthulling van meester Nico (inclusief foto’s)

Het zesde en laatste geheim van Legendarisch Lesgeven is een vreemde eend in de bijt.

Alle voorgaande geheimen waren bedoeld om onderwijs legendarisch te maken voor leerlingen, scholieren en studenten.

Maar bij dit geheim gaat het niet in de eerste plaats om schooldagen fantastisch maken voor leerlingen.

Het zesde geheim van Legendarisch Lesgeven is vooral bedoeld… voor jou!

Geloof me…

Het zesde geheim maakt het verschil tussen zorgeloos lesgeven en een BURN-OUT.

Ik heb aan den lijve ondervonden wat er gebeurt als dit geheim ontbreekt…

Slapeloze nachten, stress en zelfs ontstoken ribben…

Het waren gevolgen van de grootste angst van met name pabostudenten en beginnende docenten: ordeproblemen.

Geen zorgen, beste lezer…

Of je nu een pabostudent bent, een beginnende docent, een invaller of een oude rot in het vak…

Het zesde geheim dat ik met je ga delen gaat van jou een super CHILLE docent maken.

We gaan het hebben over… KLASSENMANAGEMENT.

Klassenmanagement is een BASISVOORWAARDE van Legendarisch Lesgeven.

Want je kunt van onderwijs een DIDACTISCH SPEKTAKEL maken, maar zonder klassenmanagement kun je je lessen wel in de prullenbak gooien.

Om je mee te nemen in de wereld van klassenmanagement, heb ik besloten je iets persoonlijks te vertellen…

Ik heb getwijfeld of ik dit verhaal misschien niet beter achterwege kon laten…

Het is namelijk een nogal kwetsbaar en pijnlijk verhaal…

Toch heb ik besloten het verhaal met je te delen.

Ik denk dat het goed is dat jij als lezer van mijn blog weet waar ik vandaan kom…

En dat niet alleen…

Mijn verhaal laat zien waar pabostudenten en (beginnende) docenten regelmatig mee worstelen én hoe je de uitdagingen van klassenmanagement overwint!

Goed, daar gaan we dan…


De onthulling van meester Nico

“De meest duistere shit maakt de meest voedzame bodem. De mooiste bloemen groeien uit de rijkste mest.”

De eerste jaren op de lerarenopleiding verlopen voorspoedig.

Ik ontdek een grote passie voor het in elkaar knutselen en geven van mijn eigen lessen.

Voor de klas bloei ik helemaal op.

En ik kan mijn geluk niet op… Ik heb mijn droombaan gevonden!

Tenminste, dat dacht ik…

Gaandeweg kom ik tot een aantal ontdekkingen die grote gevolgen zullen hebben voor mijn loopbaan (en zelfs mijn hele leven)…

In de loop van de opleiding kom ik tot schokkende ontdekkingen over het onderwijssysteem. Ik ontdek dat onderwijs zeer NEGATIEVE EFFECTEN heeft op leerlingen en dat het er alle schijn van heeft dat onderwijs zelfs MET BEWUSTE INTENTIES is ontworpen als systeem voor gehoorzaamheid.

Zo ontstaat mijn missie om onderwijs te transformeren en als toekomstig docent zelf de verandering te belichamen in de praktijk.

Ik ben tot op het bot gemotiveerd en ben voortdurend bezig met nadenken over onderwijsverbetering en het maken en geven van mijn eigen lessen.

Echter kom ik in de loop der studiejaren tot nog een andere ontdekking…

Niet over het onderwijssysteem deze keer, maar over…

Mezelf…

Ik heb moeite met orde houden.

En naarmate ik vaker als jonge pabostudent voor de klas moet staan zonder bijzijn van een leerkracht, begint mijn gebrek aan klassenmanagement meer op de voorgrond te treden.

En, weet je, dat orde houden is niet eens het probleem…

Met wat goede coaching zou ik de fijne kneepjes van klassenmanagement in dit stadium van de lerarenopleiding prima kunnen leren…

Het probleem is nu vooral dat ik een GRUWELIJKE FOUT bega…

Gesloten en introvert als ik ben in deze tijd, en bang om te falen, vind ik het niet makkelijk over mijn persoonlijke worstelingen te praten…

En ik ga in de fout:

Ik houd er m’n mond over…

Ik stel mezelf gerust dat er tijd genoeg is…

Het komt wel met de jaren…

Bovendien zijn m’n begeleiders dik tevreden…

Sterker nog, ze vinden dat het FANTASTISCH gaat en zijn vol lof…

“Fantastische lessen!”

“Ga zo door!”

“Jij komt er wel!”

Maar hoe vaker ik er helemaal in m’n uppie voor sta, hoe zenuwachtiger ik word…

Zonder bijzijn van een docent in de klas schieten allerlei paniekgedachten door m’n hoofd…

Shit, Melle en Erik doen weer brutaal

Pfff het wordt lawaaiig in de klas…

K*t, weer rumoerig tijdens de werktijd…

Ze willen niet stil zijn, help!

Straks krijg ik een onvoldoende voor m’n stage…

Zo beland ik in een negatieve spiraal van toenemende onzekerheid en stress, die ik met man en macht probeer te verbloemen, maar die ik onbedoeld toch overdraag op de kinderen…

En aan het eind van het derde jaar op de lerarenopleiding zie ik de bui al hangen…

Want na de zomervakantie begint de LiO-stage… (Dit is de zogenaamde “Leraar-in-Opleiding-stage, de “beruchte” eindstage, waarbij je 4 dagen per week in je uppie voor de klas staat.)

Naarmate de eindstage dichterbij komt, voel ik mijn stress- en angstniveau meer en meer stijgen.

Ik ben doodsbenauwd dat de eindstage helemaal in de soep zal lopen als het op klassenmanagement aankomt.

Allerlei doemscenario’s spoken door m’n hoofd…

Als dit misgaat, zal ik niet slagen…

Dan sta ik met lege handen…

Dan hebben m’n ouders voor niets zoveel studiegeld betaald…

Dan is alles voor niets geweest…

Dan kan ik het wel schudden met m’n missie…

En deze gedachten maken me ziek…

In de aanloop naar de start van de eindstage breekt het me op.
Enkele dagen voordat de eindstage begint, op een zekere avond, houd ik het niet meer.

De opgebouwde spanning in mijn lichaam staat op springen… en ik breek.

Helemaal in tranen lig ik thuis op de vloer…

“Ik kan het niet…” zeg ik wanhopig, “ik ga die eindstage niet trekken…”

Mijn ouders schrikken uiteraard ontzettend… (omdat ik zo ONNOZEL ben geweest niet open te zijn over mijn ordeproblemen.)

En nu is het te laat. Alles is al geregeld.

En zo ga ik de eindstage in met een stressgehalte en angstniveau van een spartelende gup die voor de piranja’s wordt gegooid.

En je raadt het al: Dit is gedoemd verkeerd te gaan…

We maken even een sprong naar drie maanden later. De eindstage is in volle gang…

(Deze flashback is misschien wel m’n dieptepunt als pabostudent…)

Het is kwart voor acht in de ochtend. Ik ben nog thuis en over drie kwartier verwachten de kinderen mij in de klas.

Brakend en kokhalzend zit ik op mijn knieën boven de pot.

Niet omdat ik ziek ben…

Ik zit te braken omdat ik kapot ga van de stress.

Ik ben inmiddels als de dood dat de LiO-stage niet gaat lukken en alles voor niets is geweest.

Ik sta helemaal strak.

Al maanden…

Ik ben mager, lijkbleek en bespaar m’n familie en vrienden het feit dat ik ’s nachts wakker lig van een knauwende pijn in een rib in m’n linkerzij.

Je vraagt je nu misschien af waarom ik niet met de opleiding ben gestopt…

“Dit is toch niet normaal, Nico… Waarom ben je niet gekapt?”

De waarheid is: Ik had geen keus.

Hoe kan ik over onderwijsverbetering spreken als ik het niet zelfstandig als docent kan laten zien…

Hoe zou ik ooit kunnen strijden voor mijn onderwijsmissie als ik ondertussen zelf niet eens in staat ben zelfstandig te functioneren als docent in de praktijk…

Nee, er is geen andere optie: Ik ga door.

Met een knauwende pijn in mijn rib en een lijkbleek gezicht weliswaar, maar het zal me lukken.

Tenminste, dat hoop ik dan maar…

We spoelen weer een paar weken door…

Ik ben er lichamelijk slechter en slechter aan toe en ik begin me nu serieuze zorgen te maken over mijn gezondheid…

Op een zekere dinsdagavond zit ik met mijn ouders op de bank. Wederom in tranen.

“Ik kan niet meer…” zeg ik verdrietig, “ik moet stoppen…”

En deze avond adviseren m’n ouders mij iets te doen wat alles zal veranderen, maar wat ik zó ontzettend moeilijk vind in deze tijd: me KWETSBAAR opstellen en volledig OPEN zijn.

Niet alleen naar m’n ouders…

Maar ook naar de kinderen…

En naar mijn stagebegeleider…

Naar mijn docenten op de opleiding…

Naar de familie…

Naar mijn vrienden…

En… eigenlijk naar iedereen die bij mijn leerproces betrokken is…

Twijfelende gedachten spoken door mijn hoofd…

Ben ik dan niet zwak richting de kinderen? Maak ik het dan niet alleen maar erger? En gaan mijn docenten me dan ooit nog laten slagen als ze horen over mijn worstelingen?

Er zit niets anders op…

Ik heb m’n dieptepunt bereikt…

Als ik nu niets doe, dan is het over en uit…

Dus ik besluit te doen wat m’n ouders mij deze dinsdagavond adviseren: De ongefilterde waarheid vertellen.

Die woensdagochtend moet het gebeuren…

De kinderen druipen nietsvermoedend de klas binnen.

Licht nerveus loop ik door de klas, nog eens zoekend naar de juiste woorden om te vertellen wat ik straks ga vertellen.

Dan is het zover…

We zitten klaar in de kring…

Terwijl de laatste kinderen nog net iets mompelen en mijn hersenen overuren draaien, slik ik een keer, haal ik diep adem en begin ik te spreken:

“Jongens en meisjes, er is iets wat ik met jullie wil delen…“

Er gaat een golf van stilte door de klas.

Aan mijn nerveuze stem horen de kinderen waar het over gaat…

Ik slik even en ga verder:

“Ik heb er lang over nagedacht om dit niet te vertellen. Ik wil jullie namelijk niet laten schrikken. Maar gisteravond ben ik tot de conclusie gekomen dat het beter is als ik het vertel.”
“Wat ik met jullie wil delen, is dat ik al heel lang met een heel naar gevoel in mijn buik en pijn in mijn ribben naar school ga. Iedere keer dat ik naar school fiets, heb ik een steen in mijn maag. En dat stopt zelfs niet als ik in bed lig. Ik lig ’s nachts wakker en heb eigenlijk geen moment meer dat ik niet gestrest ben.”
“En weet je. Dit is niet jullie schuld. Het is mijn eigen schuld. Ik ben niet open en duidelijk geweest.”
“En dat vind ik jammer. Want ik wil graag het allerbeste voor jullie. Ik wil fijne schooldagen en een klas vol blije kinderen. Daar word ik zelf ook blij van.”
“Daarom wil ik nu graag met jullie in gesprek. Ik hoop dat we er samen voor kunnen zorgen dat iedereen het leuk heeft in de klas. Ik ga daar in ieder geval alles aan doen. Dat beloof ik.”

De kinderen kijken me met grote ogen aan.

Lara met waterige ogen…

En Josh met een trotse blik, omdat hij ziet dat de meester eindelijk uit z’n versteende masker begint te breken.

Het gesprek heeft duidelijk een diepe indruk gemaakt op de groep. De rest van de schooldag is de rust voelbaar in de groep. Het is in mijn eindstage nog nooit zo rustig geweest gedurende een schooldag.

En het is niet zo dat vanaf dit moment alles goed gaat…

Maar deze zekere woensdagochtend leer ik een les die een keerpunt zal betekenen in mijn leven en die nog vaker zal terugkeren: De waarheid overwint altijd.

Misschien ben je benieuwd hoe het is afgelopen…

Nou, ik kan je alvast verklappen: het is helemaal goed gekomen. 😉

Een aantal maanden lang heb ik alles in het werk gesteld om klassenmanagement onder de knie te krijgen.

Ik heb hulp gevraagd aan mijn opleiding en kreeg vervolgens beeld-coaching, waarbij je video-opnames van jezelf voor de klas maakt en de beelden analyseert met een coach.

En ik ben begonnen aan een extra stageperiode, zodat ik met een frisse start het geleerde kan toepassen in een nieuwe groep.

En… het gaat eigenlijk verrassend goed!

Ik begin weer aan de lopende band showtjes weg te geven voor de klas zoals ik dat eerder zo vaak deed en vind het plezier terug in het lesgeven.

Hier een kleine impressie van enkele weken voordat ik mijn diploma in ontvangst neem:

Eind goed al goed, zou je zeggen.

Nou, de belangrijkste doorbraak komt pas in de jaren die volgen…

Want de Pabo is dan wel achter de rug…

Maar om eerlijk te zijn heeft het niet mijn voorkeur als pas afgestudeerde docent weer doodleuk voor de klas te gaan.

Eh… nauwkeuriger gezegd:

“Ik wil NOOIT MEER voor de klas.”

Het is mooi geweest. Ik heb genoeg van de stress en de druk.

Ondanks alle fantastische hoogtepunten en toffe ervaringen heb ik ook een behoorlijke mentale klap opgelopen.

Na al die narigheid ga ik me nu liever 100% bezighouden met het pimpen van onderwijs. Niet als docent, maar als onderwijskundige!

Daarom besluit ik na de lerarenopleiding de Master Onderwijskunde te doen in Groningen.

Wat ik dan nog niet weet, is dat ik de belangrijkste lessen buiten de opleiding zal leren…

Ik ben zó gedreven om weer goed in mijn vel te zitten en de missie tot een succes te maken, dat ik naast het studeren IEDER DETAIL in m’n leven aanpak…

Gezonde voeding…

Lichaamspostuur…

Stemgebruik…

Productiviteit…

Presenteren…

Sociale vaardigheden…

Liefde…

Spiritualiteit…

Innerlijke rust…

Ik ga overal mee aan de slag alsof mijn leven er vanaf hangt.

En binnen hooguit 5 maanden na de lerarenopleiding maak ik een enorme transformatie door…

Zelfs mensen in mijn directe omgeving die ik een aantal maanden niet heb gesproken herkennen me bijna niet meer terug…

“Wow, Nico, ben jij dat? Ik herken je bijna niet man!” hoor ik een tijdje bijna wekelijks.

Tijden zijn veranderd: Ik voel me herboren!

En na twee jaar studententijd in Groningen begint de vraag langzaam weer op te borrelen…

Zal ik het doen…

Zal ik weer voor de klas gaan staan…

De verschrikkelijke flashbacks aan de tijd op de lerarenopleiding doen me twijfelen…

En even voel ik een lichte vleug van stress opkomen bij het idee dat ik weer voor de klas ga staan…

Maar ik hak de knoop door: Ik ga ervoor.

Het is tenslotte altijd mijn doel geweest een onderwijsdeskundige te zijn die zijn onderwijsgedachtengoed ook persoonlijk belichaamt IN DE PRAKTIJK.

En weet je wat nu het toffe is, waar ik ontzettend DANKBAAR voor ben…

Eenmaal weer voor de klas vind ik het lesgeven FANTASTISCH!

En dat vind ik tot op de dag van vandaag nog steeds.

Klassenmanagement was het ontbrekende geheim van Legendarisch Lesgeven dat ik nodig had om het onderwijs te bieden dat ik leerlingen zo graag wil bieden.

De slapeloze nachten, de knagende pijn in mijn ribben en op m’n knieën met m’n kop boven de pot hangen… Het is het allemaal waard geweest.

De worstelingen hebben ertoe geleid dat ik nu de docent ben die ik zo graag wil zijn voor de leerlingen.

PS Deze foto is genomen in 2018 tijdens mijn ALLEREERSTE KEER WEER VOOR DE KLAS sinds het afronden van de lerarenopleiding. Je wilt niet weten hoe opgelucht en blij ik was toen ik na deze geslaagde les weer naar huis fietste. 😉 Ik gaf deze les samen met mijn collega van “De Levensschool”. Als De Levensschool ontwierpen we “Levenslessen” over Levensvaardigheden als zelfvertrouwen, omgaan met stress, doorzetten en andere vaardigheden des levens die in het onderwijs helaas zo weinig aandacht krijgen. De foto is genomen tijdens een les over COACHING, waarin de leerlingen oefeningen krijgen over elkaar vertrouwen, feedback geven en ontvangen en andere coaching skills.

Eind goed, al goed?

Jazeker!

En super fijn, natuurlijk.

Maar het mooiste gaat nog komen.

Ja, nu wordt het pas echt smeuïg…

Afgelopen weekend keek ik voor dit artikel een aantal filmpjes terug van mezelf als jong broekie voor de klas.

En het mooie is: achteraf kan ik mezelf wel voor m’n kop slaan…

Met een Grote Grijns heb ik smakelijk van de beelden zitten genieten, want:

Bij het bekijken van de oude beelden van mij als schoolmeester in spe zie je meteen wat eraan scheelt…

Als ik erop terugkijk, ontbrak bij mij enkele van de meest cruciale basiselementen voor een fijn klasklimaat…

Beloof je me dat je me niet de gek aan gaat steken als ik een paar screenshots uit oude filmpjes van mij laat zien? 😉

Oké, komen ze:

Ja, ik weet het, ik had nog een lange weg te gaan…

Maar die tijd hebben we achter de rug…

Tegenwoordig sta ik er dan ook heel anders voor…

Hier zie je me voor de klas in 2019:

Als je de beelden naast elkaar legt, zie je in feite een totaal ander persoon staan… en ook een totaal andere docent!

De transformatie maakt het verschil tussen een GESPANNEN docent ☹ en een GELUKKIGE docent 😊:

En weet je… De HOUDING, POSITIES, MIMIEK, INTANOTIE en SWAG (hehehe😎) zijn allemaal leuk en aardig…

Maar het zijn in feite allemaal bijzaken.

Belangrijke bijzaken weliswaar, maar er is iets dat ik je wil verklappen wat vele malen belangrijk is:

De reden dat ik nu zo relaxed voor de klas sta, heeft te maken met twee BASISVOORWAARDEN VAN KLASSENMANAGEMENT.

Uiteraard valt er heel, heel, heel veel over klassenmanagement te zeggen.

Maar als je klassenmanagement helemaal stript en afpulkt, krijg je een combinatie van twee elementen die ervoor zorgen dat je heel relaxed kunt lesgeven.

Ik heb het over… de combinatie van KLINKKLARE COMMUNICATIE en KALMTE.

Klassenmanagement is een combinatie van KLINKKLARE COMMUNICATIE en KALMTE.

Het cliché dat je als beginnend docent vaak te horen krijgt is waar:

“Orde houden draait om DUIDELIJKHEID.”

En daar is geen woord van gelogen…

Als docent wil je ULTRA-HELDER zijn richting leerlingen.

Denk dus bij voorbaat tot in detail na over wat jij als docent van de leerlingen verwacht.

COMMUNICEER je verwachtingen KLINKKLAAR naar de leerlingen.

Overigens is DUIDELIJK zijn iets anders dan STRENG zijn.

Het draait hier niet om bangmakerij, maar om BEWUSTWORDING.

Je wilt dat leerlingen niet doen wat jij zegt omdat het nu eenmaal moet, maar dat ze daadwerkelijk begrijpen dat positief gedrag leidt tot een leukere schooldag, een leukere meester of juf, meer vrijheden, betere resultaten en… legendarische lessen!

Je wilt dat leerlingen inzien:

“Hey, eigenlijk wordt het er veel leuker van als ik goed mijn best doe!”

Maar hier ligt een addertje onder het gras…

Kijk…

Met enkel DUIDELIJKHEID kom je er niet…

Als je duidelijk bent maar je staat ook te bulderen van WOEDE of juist met knikkende knietjes van NERVOSITEIT voor de klas, dan is jouw “duidelijkheid” gebakken lucht waar de leerlingen zo doorheen prikken.

Je kunt nog zo duidelijk zijn, maar leerlingen VOELEN de onderliggende ENERGIE die jij communiceert.

De kans is zelfs groot dat leerlingen jouw onrustige en negatieve energie overnemen…

En dan…

Tsja, vul zelf maar in…

Dan heb je de poppen aan het dansen (misschien wel letterlijk zelfs…) 😉

Duidelijkheid kan dus beslist niet zonder een andere basisvoorwaarde van klassenmanagement…

Met deze voorwaarde belichaam je in feite wat jij wilt zien in de leerlingen:


Ik heb het over… KALMTE.

Een belangrijke les die ik leerde als beginnende leerkracht is de volgende didactische tegeltjeswijsheid:

Spreek vanuit de ENERGIE die je wilt overdragen op de leerlingen.

De energie die jij uitstraalt, draag je over op de leerlingen.

Je kunt tegen leerlingen zeggen wat je wil, maar uiteindelijk zijn het niet je woorden maar je EMOTIES die leerlingen zien, horen, voelen en… BELICHAMEN.

Met andere woorden:

Wil je ENTHOUSIASME in de leerlingen stimuleren? Spreek dan met de passie van een professor dr. Erik Scherder!

Wil je EMPATHIE bij de leerlingen stimuleren? Stel je dan kwetsbaar op en durf eerlijk te zijn naar de leerlingen.

En wil je KALMTE in de leerlingen stimuleren? Spreek dan met de chillheid van een Snoop Dogg.

En weet je, om eerlijk te zijn was ik aanvankelijk niet eens van plan klassenmanagement als geheim toe te voegen aan dit artikel.

“Klassenmanagement” klinkt immers als een vrij saai onderwerp.

En onderwijs is al zo saai.

Ik heb het liever over dingen die het onderwijs LEGENDARISCH maken.

Echter is er iets ironisch met klassenmanagement:

Wanneer je klassenmanagement eenmaal onder controle hebt, wordt het eigenlijk opeens… ONTZETTEND LEUK!

Jij voelt je veel rustiger en vrijer om jezelf te zijn…

En dat maakt jou een veel leukere leerkracht!

Inmiddels maak ik me vrijwel nooit meer zorgen over ordeverstoringen in de klas, want ik weet nu dat het allemaal goed komt.

En ook als het niet helemaal loopt als gepland, sta ik niet te bulderen, maar gebruik ik leuke tools om de groep binnen no time weer tot bedaren te brengen.

En het leuke is:

Ook van klassenmanagement kun je een spektakel maken.

Ik zal een voorbeeld geven van een grappige klassenmanagement-techniek die ik regelmatig gebruik.

Voorbeeld: Rock de klas tot stilte

Dit is een leuke techniek uit mijn inmiddels rijke “klassenmanagement-gereedschapskist”, die ik weleens toepas wanneer het me te onrustig is in de klas:

Ik ga relaxed een potje JAMMEN op m’n gitaar of keyboard..

Dan ga ik bijvoorbeeld gewoon op de instructietafel voorin de klas zitten met de gitaar op mijn schoot en begin ik improviserend te jammen.

Binnen 3 seconden is het muisstil in de klas en draaien alle ogen mijn kant op…

Vervolgens begin ik over mijn bluesy gitaarjam improviserend te zingen…

En het is bijna alsof je de groep met je gitaarspel hypnotiseert in wat je van ze vraagt…

Maar ik ga je iets verklappen: het feit dat de leerlingen nu weer rustig aan het werk gaan, ligt niet zozeer aan het gitaarspel, maar aan het onderliggende principe van deze techniek.

Het onderliggende principe van deze klassenmanagement-techniek is dit:

Met muziek in je klassenmanagement laat je zien dat jij niet snel overdonderd bent.

Kijk, docenten hebben soms de neiging om te bulderen en te schreeuwen als het even niet gaat zoals ze willen.

Als jij als docent echter laat zien dat jij de kalmte hebt om een potje te jammen op je gitaar of keyboard, dan zeg jij impliciet tegen de leerlingen:

“Ik ben relaxed, ik voel me goed… én ik vind het ook belangrijk dat we nu weer goed aan de slag gaan.”

En kinderen voelen dat.

Tijdens het spelen en zingen zie ik al aan de koppies dat ze heel goed weten wat hen te doen staat.

Dus rustig aan het werk maar weer. 😉

Of wat er dan ook maar op de planning staat…

Oh – krèg noh! – het is al tijd voor de pauze…

All right, here we go:

Tip voor Docenten! Geen gitaar, keyboard of muzikale skills bij de hand? Geen probleem. Hier is een leuk alternatief: Begin uit het niets met het STAMPEN en KLAPPEN van een BEAT (denk aan het nummer “We Will Rock You” van Queen) totdat alle leerlingen met je meedoen. Maak dan een GROOT DIRIGEREND HANDGEBAAR waarmee je aangeeft dat we allemaal tegelijk stoppen. Daarna vertel je de leerlingen in detail wat je van ze verwacht. Zijn de leerlingen niet helemaal stil na je handgebaar? Geen man overboord. Dan zeg je met een spannende stem:

“Ohhh… wat hoor ik nu… ik hoor nog [aantal] stemmen. We doen het opnieuw, en deze keer horen we 0 stemmen zodra onze beat stopt. Want dan ga ik iets belangrijks vertellen…”

Tip voor Docenten! Doe ter variatie op het klappen en stampen eens het ECHOSPEL. Daarbij galm je steeds een kreet door de klas en de leerlingen doen de kreet na. Terwijl de leerlingen op een gegeven moment de laatste kreet galmen, maak jij een GROOT DIRIGEREND HANDGEBAAR, waarmee je laat zien dat ze stil moeten zijn. Hier een opname van mij ter illustratie:

Geintje 😉 dit is Freddie Mercury op Live Aid. Je wil een opname van het echospel door mij als schoolmeester? Goed, dit was ik een paar weken geleden in een groep 7:


Nooit gedacht dat ik dit zou zeggen maar:

Klassenmanagement is een fascinerend aspect van lesgeven.

Om eerlijk te zijn zou ik er best een compleet boekwerk over willen vol tikken… (En misschien ga ik ook nog weleens meer over klassenmanagement delen als jij daar als lezer geïnteresseerd in bent…)

Maar voor dit artikel over Legendarisch Lesgeven wil ik het nu laten bij de allerbelangrijkste klassenmanagement-tip voor docenten die ik je vanuit mijn persoonlijke ervaring wil meegeven:

Houd het rustig.

Oh nee, ik bedoel niet dat je de groep continu stil moet houden…

Ik heb het over jou:

Blijf rustig.

En houd het luchtig.

Zelfs als je als docent een tijdje diep door de stront gaat (zoals ik).

Een tijdje zwoegen kan gebeuren.

Dat overkomt zowel beginnende docenten als oude rotten in het vak.

Sta jezelf toe volledig op je bek te gaan.

Je mag falen.

Het hoort erbij.

De worstelingen maken je ijzersterk!

Zoals een maat van me eens zei:

“De meest duistere shit maakt de meest voedzame bodem. De mooiste rozen groeien uit de rijkste mest.“

En als jij een pabostudent of docent bent die momenteel door de shit gaat, dan wil ik je iets meegeven…

Na alle kwetsbare foto’s die ik je van mezelf als pabostudent heb laten zien en na de pijnlijke flashbacks van mij als pabostudent die ik met je heb gedeeld, vind ik het belangrijk om een belangrijke boodschap toe te voegen:

Ik heb ontzettend veel RESPECT voor alle pabostudenten die keihard strijden, ook al hebben ze ordeproblemen.

Vergeet niet dat veel pabostudenten meestal ontzettend JONG en ONERVAREN zijn. (Persoonlijk was ik 18 toen ik begon aan de lerarenopleiding.)

Daarnaast heb je als pabostudent te dealen met het feit dat er continu een extra paar ogen aanwezig is van de stagebegeleider die jou BEOORDEELT.

En dan moet je als pabostudent ook nog eens PRESTEREN ONDER DRUK om een diploma te halen waarvoor je allerlei competenties en indicatoren moet BEWIJZEN.

Om nog maar te zwijgen over alle verslagen en andere theoretische opdrachten die je moet afronden naast de stage die vrijwel al je tijd opslurpt.

Tsja, dat is nogal wat.

Niet vreemd als je dan niet helemaal op je best bent.

Dus ben jij pabostudent, beginnende docent of een ervaren docent met ordeproblemen? Dan wil ik je nu heel graag iets meegeven…

Als jij moeite hebt met klassenmanagement en stress ervaart door ordeproblemen…

Spreek het dan alsjeblieft uit en vraag begeleiding aan, bijvoorbeeld in de vorm van beeld-coaching!

Daar bespaar je jezelf en je dierbaren een hoop zorgen mee. 😉

Geloof me, een waanzinnig deel van de pabostudenten en beginnende docenten heeft ordeproblemen.

Dat is de normaalste zaak van de wereld.

Dat is niets om je voor te schamen.

Sterker nog, ook op de afgepeigerde Nico die brakend op z’n knieën boven de pot hing van de stress ben ik uiteindelijk alleen maar trots…

Ik ben trots dat hij ondanks alles nog steeds heel veel toffe lessen bleef geven. (Ik zag laatst een paar filmpjes uit die tijd en was diep onder de indruk van de lessen die de oude Nico gaf.)

En bovenal ben ik DANKBAAR dat hij nooit heeft opgegeven.

Als hij de handdoek in de ring had gegooid, had ik nooit deze website – MeesterMetMissie.nl – kunnen oprichten.

Ik hoop daarom van harte dat pabostudenten en beginnende docenten die worstelen met klassenmanagement (of zelfs overwegen te stoppen met lesgeven) door mijn verhaal het volgende beseffen:

Klassenmanagement is geen kwestie van talent.

Klassenmanagement is een VAARDIGHEID die je kunt leren!

Als je het echt graag wilt…

En als je actie neemt om uit de shit te kruipen…

Dan zul je “je oude ik” dankbaar zijn!

Tot slot lijkt me dit een uitstekend moment voor het rechtzetten van een kwalijke misvatting in onze maatschappij:

Tegenwoordig wordt er behoorlijk neergekeken op het beroep als docent.

Veel mensen hebben niet door hoeveel strijdlust en moed het vergt om een leraar te zijn…

En het wordt tijd dat we deze misvatting als docenten hoogstpersoonlijk gaan elimineren.

Want het maakt niet uit of je pabostudent, beginnend docent, invaller of een ervaren groepsleerkracht bent…

Docenten zijn strijders.

Als docent heb jij de toekomst van de wereld in de klas. En het is aan jou de taak dat al die jonge mensen niet kunnen wachten om aan de slag te gaan met alles wat belangrijk voor ze is.

Zo draag jij persoonlijk bij aan onze gezamenlijke onderwijsmissie: het realiseren van een samenleving vol autodidactische levensexperts.

En dat maakt jou… Een Legendarische Docent.

Waar wachten we nog op, tijd om het onderwijs te rocken… 😉

Beste Legendarische Docenten, heel veel succes en vooral plezier met Legendarisch Lesgeven!

Oh, niet te vroeg gejuicht…

Nog even stilte in de zaal…

Even uw aandacht graag…

Er komt nog een toegift…

Bonustip: Hoe we een leger van LEGENDARISCHE DOCENTEN vormen

Voordat we onderwijs legendarisch gaan maken, is er nog één uitdaging die ik in dit artikel met je wil tackelen…

Kijk, wanneer ik mensen vertel over de missie, krijg ik vaak de vraag:

“Super, Nico, maar hoe gaan we ooit alle docenten meekrijgen? Hoe gaan we er ooit voor zorgen dat alle docenten willen bijdragen aan een succesvolle revolutie in het onderwijs?”

Terechte vraag.

Nu zou ik in de Gandhi-modus kunnen stappen met een antwoord als dit:

“Laten we de verandering zijn die we willen zien in het onderwijs.”

Of zoals de grote onderwijsgoeroe Sir Ken Robinson adviseert:

“Als je een revolutie wilt in het onderwijs, laat het dan plaatsvinden in je eigen klaslokaal.”

En dat is allemaal 100% juist.

En, inderdaad, laat de revolutie vooral plaatsvinden in de klas, daar waar het uiteindelijk moet gebeuren.

Maar laten we realistisch zijn: “De verandering belichamen” is niet voldoende…

Ik bedoel, jij en ik kunnen Legendarisch Lesgeven tot we een ons wegen, maar dat zal het onderwijssysteem nog niet veranderen.

De realiteit is:

Zolang slechts enkele docenten bijdragen aan succesvolle verbetering van onderwijs, zal alles bij het oude blijven.

Nu is er goed nieuws en slecht nieuws:

Het goede nieuws is dat er momenteel talloze leerlingen op duizenden scholen zijn die allemaal KLAAR zijn om zich optimaal voor te bereiden op het leven en te leren hoe ze als een ware autodidactische levensexpert door het leven gaan.

Het slechte nieuws is dat veel docenten nog NIET KLAAR zijn om leerlingen die optimale voorbereiding op het leven te geven.

Aan de kinderen ligt het niet…

Kinderen willen maar al te graag leren hoe zij later een bewuste en vredige samenleving vormen…

Wanneer ik kinderen vraag hoe we de wereld kunnen verbeteren, gaan er 20 vingers de lucht in. Stuk voor stuk met de meest originele ideeën. Stel je dezelfde vraag aan een volwassene, dan krijg je 20 redenen waarom de wereld verbeteren onmogelijk is.

Zoals onderwijsdenker Jiddu Krishnamurti zei:

Het probleem is niet het kind, maar de onderwijzer. Het probleem is dat we onderwijzers moeten onderwijzen..

Met andere woorden:

Een onderwijsrevolutie begint met het opleiden van DOCENTEN.

De verandering belichamen is fantastisch, maar niet genoeg…

We hebben behoefte aan een EFFECTIEVE, DUURZAME en GROOTSCHALIGE MANIER om een leger te vormen van Legendarische Docenten.

En het goede nieuws is dat die effectieve, duurzame, grootschalige manier bestaat!

Ik heb het over… De Lerarenopleiding!

Ga maar na: Ieder studiejaar komt er een nieuwe lichting studenten de lerarenopleiding binnenwandelen die allemaal maar al te graag willen leren hoe zij een legendarische docent worden…

Laten we de lerarenopleiding tot een BAKERMAT voor Legendarische Docenten maken.

Laten we van de lerarenopleiding een DOORVOERLUIK maken van docenten die in staat zijn leerlingen op te leiden tot autodidactische levensexperts.

Inmiddels zijn veel mensen zich wel bewust van de waanzinnige kracht van REGULIER ONDERWIJS.

En het cliché is waar:

Regulier onderwijs is het meest krachtige wapen dat je kunt gebruiken om de wereld te verbeteren.

Echter is er nog een stuk minder bewustzijn over de waanzinnige kracht van de LERARENOPLEIDING.

Toch is de lerarenopleiding de plek waar mensen worden klaargestoomd die het verschil maken in het regulier onderwijs.

Dus als je mij vraagt:

Hoe gaan we een revolutie in het onderwijs realiseren?

Dan is mijn advies:

“Als je een revolutie wilt in het onderwijs, begin dan op de Lerarenopleiding met het klaarstomen van Legendarische Docenten, die in staat zijn leerlingen in het Regulier Onderwijs op te leiden tot Autodidactische Levensexperts!

Zeker, een revolutie in het onderwijs moet plaatsvinden in het klaslokaal. Maar daarvoor zijn Legendarische Docenten nodig.

Voor een bewuste en vredige samenleving is dit – heel simplistisch en idealistisch gezien – het 3-stappenplan:

STAP 1 = Het opleiden van Legendarische Docenten op de Lerarenopleiding.

STAP 2 = Het opleiden van Autodidactische Levensexperts in het Regulier Onderwijs.

STAP 3 = Het realiseren en onderhouden van een samenleving vol Autodidactische Levensexperts.

Natuurlijk is dit een zeer idealistische illustratie van de werkelijkheid. En we hebben nog een lange weg te gaan bij het realiseren van deze stappen.

Maar als we een betere toekomst willen voor de generatie van de toekomst, dan willen we niet maar wat blijven aanmodderen…

Als pabostudent heb ik aan den lijve ondervonden waar aanmodderen toe kan leiden…

De waarheid is:

Het is tijd voor STRUCTURELE ACTIE.

En STAP 1 is het OPLEIDEN VAN DOCENTEN.

Bij deze wil ik pabo-docenten en andere betrokkenen bij de lerarenopleiding oproepen samen om tafel te gaan om in kaart te brengen wat ervoor nodig is studenten op te leiden tot Legendarische Docenten.

Hoe trainen we studenten tot Legendarische Docenten?

Om een startpunt te geven, doe ik een aantal suggesties op basis van De Geheimen van Legendarisch Lesgeven die ik in dit artikel heb gedeeld…

Hier zijn enkele suggesties voor COMPETENTIES van Legendarische Docenten in spe op de lerarenopleiding:

  1. ENTHOUSIASMEREN. Je kunt een indrukwekkende lesintroductie geven die leerlingen zo gek krijgt dat ze niet kunnen wachten aan de slag te gaan, ongeacht het lesonderwerp. Of het nu gaat om eigen lessen of lessen uit standaard lesmethodes; je bent in staat de lessen inspirerend te maken.
  2. VERSCHAFFEN. Je kunt voorzien in de persoonlijke leerbehoeften van leerlingen.
  3. EEN LEEROMGEVING ONTWERPEN: Je kunt een zelfvoorzienende leeromgeving inrichten waarin leerlingen zichzelf kunnen redden.
  4. AUTODACTISCHE DIDACTIEK. Je kunt leerlingen opleiden tot AUTODIDACTEN die de rest van hun leven in staat zijn zelfstandig te leren.
  5. LESSEN ONTWERPEN. Je kunt inspirerende lessen ontwerpen en geven over de meest uiteenlopende onderwerpen die cruciaal zijn om als een Autodidactische Levensexperts door het leven te gaan, zoals gezondheid, geluk, wereldverbetering, charisma, kritisch denken, ondernemen en ga zo maar door.
  6. KLASSENMANAGEMENT. Je kunt een prettig leerklimaat realiseren in de leeromgeving, waarin leerlingen gemotiveerd leren en zich houden aan de gezamenlijke afspraken.

Tip voor Docenten! Ben je een pabostudent of een afgestudeerd docent? Gebruik deze competenties dan als checklist om jezelf te trainen in legendarisch lesgeven.

Onthoud: Als docent heb je niet zomaar een beroep…

Je bent een vertegenwoordiger van de toekomstige samenleving vol AUTODIDACTISCHE LEVENSEXPERTS!

De opkomst van een bewuste samenleving vol Autodidactische Levensexperts wordt gedragen door Legendarische Docenten.

En wat we nodig hebben, is ACTIE.

Als we het alleen al voor elkaar krijgen dat 10 DOCENTEN beginnen met Legendarisch Lesgeven, dan is dat EEN FANTASTISCHE START

Als 100 DOCENTEN beginnen met Legendarisch Lesgeven, dan is dat EEN BEWEGING

En als 1000 DOCENTEN beginnen met Legendarisch Lesgeven, dan is dat, in de beste zin van het woord, EEN REVOLUTIE.

Beste docent, ik hoop van harte dat jij er klaar voor bent om – samen met mij en al onze collega-docenten – onderwijs LEGENDARISCH te maken voor alle leerlingen. En laten we niet nog 100 jaar wachten. De beste tijd om onderwijs eens flink te gaan opschudden, is NU.

Ik ga er in ieder geval alles aan doen. Dat beloof ik.

En dat waren ze dan: De 6 Geheimen van Legendarisch Lesgeven (+ bonustip) die van jou een Legendarische Docent maken.

Wil je graag meer te weten komen over hoe ik lesgeef als docent in de praktijk? Download dan mijn e-book Meester Met Missie in de Praktijk. Daarin deel ik mijn 7 beste verhalen als schoolmeester.

En, oh ja, het is gratis 😉


Check gerelateerde artikelen